Thought leaders
Waarom Ethereum geen grondstof is – Opinie
Ethereum, de tweede grootste cryptocurrency op basis van marktkapitalisatie, staat al meerdere jaren centraal in regelgevende discussies. De kernvraag blijft: Is Ethereum een grondstof, een effect, of iets heel anders? In dit opiniestuk zal ik betogen waarom Ethereum niet voldoet aan de criteria om als grondstof te worden beschouwd. In plaats daarvan geloof ik dat Ethereum het best kan worden begrepen als een utility‑token.
Om Ethereum als grondstof te classificeren, zou het aan specifieke criteria moeten voldoen, wat het niet doet. Ten eerste werd Ethereum gelanceerd met vooraf gemijnde tokens. Tijdens de eerste coin offering (ICO) in 2014 werden 60 miljoen Ether (ETH) aan het publiek verkocht, terwijl 12 miljoen werden toegewezen aan het ontwikkelingsfonds. Deze pre‑mining‑activiteit is meer kenmerkend voor effecten, omdat het een initiële distributie omvat die door de ontwikkelaars wordt gecontroleerd.
Bovendien is de ontwikkelingsroadmap van Ethereum zeer gestructureerd en transparant. De Ethereum Foundation en kernontwikkelteams, zoals die binnen ConsenSys, schetsen gedetailleerde plannen voor toekomstige upgrades, inclusief de belangrijke overgang van Proof‑of‑Work (PoW) naar Proof‑of‑Stake (PoS) met Ethereum 2.0. Grondstoffen hebben doorgaans niet zulke gecentraliseerde en geplande ontwikkelingstrajecten.
Kernontwikkelaars in het Ethereum‑ecosysteem spelen een cruciale rol bij het leiden van protocolwijzigingen. Vitalik Buterin, mede‑oprichter van Ethereum, en andere prominente ontwikkelaars stellen consequent updates voor en implementeren deze. Deze centralisatie van besluitvorming staat in contrast met de gedecentraliseerde aard van grondstoffen, die niet afhankelijk zijn van een kernteam voor hun evolutie.
Bovendien heeft het Ethereum‑ecosysteem aanzienlijke steun van durfkapitalisten (VC’s) en institutionele beleggers. Deze belanghebbenden beïnvloeden vaak de richting en ontwikkeling van het netwerk, vergelijkbaar met hoe aandeelhouders een onderneming kunnen beïnvloeden. Dergelijke dynamiek sluit beter aan bij effecten, waar de belangen van investeerders centraal staan, dan bij grondstoffen, die doorgaans vrij zijn van dergelijke geconcentreerde invloed.
De tokens van Ethereum werden ook zowel publiek als privé verkocht, waarbij de ICO een primair voorbeeld is. Deze distributiemethode is kenmerkend voor effectenaanbiedingen, waarbij tokens worden verkocht om kapitaal voor ontwikkeling en operaties te werven. Grondstoffen ondergaan doorgaans niet zulke verkoopprocessen voordat ze op de markt beschikbaar zijn.
De overgang naar Proof‑of‑Stake (PoS) met Ethereum 2.0 roept vragen op of dit mechanisme de classificatie beïnvloedt. PoS werkt op een systeem waarbij validators worden gekozen om nieuwe blokken te creëren op basis van het aantal tokens dat ze bezitten en bereid zijn als onderpand te “staken”. Hoewel PoS het consensusmechanisme verandert, verandert het niet fundamenteel de aard van de distributie of governance van Ethereum.
Om te bepalen of Ethereum een effect is, kunnen we de Howey‑test toepassen, een juridische norm die beoordeelt of een transactie kwalificeert als een “investment contract”. De Howey‑test bestaat uit vier criteria:
- Een investering van geld,
- In een gemeenschappelijke onderneming,
- Met een verwachting van winst,
- Afgeleid van de inspanningen van anderen.
Ether werd gekocht met de verwachting dat de waarde zou stijgen. De via de ICO opgehaalde fondsen werden samengebracht om het Ethereum‑netwerk te ontwikkelen, wat wijst op een gemeenschappelijke onderneming. Veel investeerders kochten Ether met de verwachting winst te maken op de waardestijging. Het succes en de waarde van Ethereum zijn sterk afhankelijk van de inspanningen van de kernontwikkelaars en de bredere Ethereum‑gemeenschap. Op basis van deze criteria zou men kunnen betogen dat Ethereum meer op een effect lijkt dan op een grondstof. Echter, de gedecentraliseerde aard en het nut van het Ethereum‑netwerk onderscheiden het van traditionele effecten.
De classificatie van Ethereum als effect of grondstof heeft aanzienlijke implicaties, met name in de Verenigde Staten, waar de Securities and Exchange Commission (SEC) cryptocurrencies nauwlettend onderzoekt. In 2018 suggereerde de voormalige SEC‑directeur Corporate Finance, William Hinman, dat Ethereum mogelijk geen effect is vanwege de gedecentraliseerde structuur. Recentere uitspraken van SEC‑functionarissen geven echter aan dat dit standpunt kan veranderen naarmate het regelgevende landschap evolueert. Buiten de Verenigde Staten variëren de regelgevende benaderingen. Bijvoorbeeld, in Zwitserland categoriseert de Swiss Financial Market Supervisory Authority (FINMA) tokens op basis van hun functie en overdraagbaarheid, vaak onderscheidend tussen betalings‑tokens, utility‑tokens en asset‑tokens. De brede bruikbaarheid van Ethereum binnen gedecentraliseerde applicaties (dApps) en slimme contracten brengt het dichter bij een utility‑token volgens het FINMA‑kader.
Een utility‑token is ontworpen om toegang te bieden tot een product of dienst binnen een blockchain‑ecosysteem. De primaire functie van Ethereum is het faciliteren van operaties binnen zijn gedecentraliseerde platform. Het voedt dApps, voert slimme contracten uit en dient als “gas” om transacties op het netwerk te betalen. Deze functionaliteiten benadrukken het nut in plaats van het investeringspotentieel. Utility‑tokens worden doorgaans niet geclassificeerd als effecten, omdat ze niet primair worden gekocht voor investeringsdoeleinden, maar voor hun inherente nut binnen een blockchain‑ecosysteem. Dit onderscheid is cruciaal voor het begrijpen van de rol en waarde van Ethereum.
De classificatie van Ethereum als effect, grondstof of utility‑token heeft diepgaande implicaties voor de regelgevende behandeling en adoptie. In de Verenigde Staten zijn effecten onderworpen aan strenge regelgeving, waaronder registratievereisten en beleggersbescherming. Als Ethereum als effect zou worden geclassificeerd, zou het aanzienlijke juridische en operationele obstakels kunnen tegenkomen, wat innovatie en groei mogelijk zou belemmeren. Daarentegen, als Ethereum wordt erkend als een utility‑token, kan het profiteren van een gunstiger regelgevend klimaat, waardoor bredere adoptie en ontwikkeling worden gestimuleerd. Dit onderscheid is ook wereldwijd van belang, aangezien verschillende jurisdicties uiteenlopende regelgevende kaders voor cryptocurrencies hebben.
Concluderend voldoet Ethereum niet aan de criteria om als grondstof te worden geclassificeerd. De vooraf gemijnde tokens, de gestructureerde ontwikkelingsroadmap, de gecentraliseerde leiding, de steun van durfkapitaal en de methode van token‑distributie brengen het dichter bij de kenmerken van effecten. Echter, de uitgebreide bruikbaarheid binnen het blockchain‑ecosysteem en de gedecentraliseerde aard van de operaties suggereren dat het als een utility‑token moet worden geclassificeerd. Het debat over de classificatie van Ethereum is niet louter academisch; het heeft reële implicaties voor ontwikkelaars, investeerders en regelgevers. Naarmate het regelgevende landschap blijft evolueren, is het cruciaal om de unieke positie van Ethereum in de cryptovaluta‑ruimte te erkennen en te pleiten voor een regelgevend kader dat haar nut erkent en innovatie bevordert. Uiteindelijk biedt de classificatie van Ethereum als utility‑token het beste begrip van haar rol en waarde, waarbij regelgevende controle wordt gebalanceerd met de noodzaak om de groei en ontwikkeling van gedecentraliseerde technologieën te ondersteunen. Ik kijk nog steeds uit naar Ethereum Spot ETF’s in de VS binnenkort.












