Regelgeving
SEC v Telegram: Hester Peirce’s dissent uitgelegd

Commissaris Hester M. Peirce van de U.S. Securities and Exchange Commission gaf opmerkingen tijdens Blockchain Week in Singapore die scherp kritiek leverden op de uitkomst van de handhavingsactie van de SEC tegen Telegram. Haar opmerkingen volgden op het gerechtelijk bevel dat de distributie van Telegram‑tokens verbood en de daaropvolgende schikking die kapitaal aan investeerders terugbracht en het project stopzette.
Peirce’s dissent is opmerkelijk niet omdat ze de feiten van de zaak betwistte, maar omdat ze de juridische framing die tot de uitkomst leidde uitdaagde. Jaren later blijven haar argumenten de discussies over tokenlanceringen, secundaire markten en de grenzen van de Amerikaanse jurisdictie in een wereldwijde kapitaalmarkt informeren.
Tijdlijn van de Telegram-zaak
| Februari–maart 2018 | Telegram haalde ongeveer $1,7 miljard op via SAFT‑overeenkomsten met geaccrediteerde investeerders. |
| oktober 2019 | De SEC vroeg om een noodbevel om de token‑distributie te stoppen. |
| maart 2020 | De rechtbank verbood de distributie van tokens aan alle investeerders, zowel uit de VS als buiten de VS. |
| juni 2020 | Telegram kwam tot een schikking met de SEC, keerde gelden terug, betaalde een civiele boete en liet het netwerk varen. |
Waarom de rechtbank één enkel plan zag
Een centraal meningsverschil dat commissaris Peirce naar voren bracht, betrof de manier waarop de rechtbank de fondsenwerving en token‑distributie van Telegram behandelde als één enkel, onafscheidelijk plan. Volgens haar wist deze benadering een belangrijk onderscheid uit het oog tussen:
- Het investeringscontract dat werd gebruikt om kapitaal van geaccrediteerde investeerders te werven, en
- De token die gecreëerd zou worden en later zou worden gedistribueerd voor gebruik op een functioneel netwerk.
Peirce betoogde dat kapitaalvorming om een netwerk op te bouwen niet automatisch een latere token moet vervuilen met een permanente effectenstatus. Zodra een netwerk functioneel is en een token een consumptief gebruik heeft, stelde ze, moeten secundaire overdrachten onafhankelijk worden beoordeeld volgens de gevestigde principes van het effectenrecht.
Distributie als een vereiste, niet als een overtreding
Een ander kernpunt dat in de dissent werd aangehaald, was de visie van de SEC dat brede token‑distributie op zich een illegaal effectenaanbod vormde. Peirce weerlegde dat brede distributie niet incidenteel, maar essentieel is voor het succes van gedecentraliseerde netwerken.
Vanuit technisch en economisch perspectief heeft een blockchain die tokens niet breed kan distribueren moeite om veiligheid, bruikbaarheid en veerkracht te bereiken. Door distributie als inherent verdacht te behandelen, waarschuwde ze, loopt men het risico dat functionele decentralisatie juridisch onhaalbaar wordt in de Verenigde Staten.
Jurisdictie en wereldwijde reikwijdte
Peirce stelde ook de reikwijdte van de gevraagde en verleende rechtsmaatregelen in vraag. Telegram was geen Amerikaans bedrijf, en de meerderheid van de investeerders en fondsen was niet Amerikaans. Desondanks gold het verbod wereldwijd.
Haar zorg was niet louter diplomatiek. In een wereldwijde kapitaalmarkt kunnen uitgebreide extraterritoriale remedies uitgevers stimuleren om Amerikaanse deelnemers volledig uit te sluiten, waardoor de Amerikaanse invloed op opkomende financiële infrastructuur wordt verminderd in plaats van versterkt.












