Digitale activa
Grayscale bespreekt zorgen en GBTC-plannen in eindejaarsbrief

Sinds de ineenstorting van FTX volgden beleggers Grayscale Investments nauwlettend vanwege de banden met moederbedrijf Digital Currency Group (DCG) en zusterbedrijf Genesis Global Capital. Grayscale benadrukte dat de eigen producten juridisch en operationeel gescheiden waren en dat hun activa veilig en volledig aanwezig waren. Die verklaringen namen de publieke zorgen echter niet weg. Tegelijkertijd vocht het bedrijf het besluit van de Amerikaanse beurswaakhond SEC aan om de omzetting van Grayscale Bitcoin Trust (GBTC) in een beursgenoteerd fonds (ETF) af te wijzen. In zijn beleggersbrief van 19 december 2022 besprak de toenmalige topman Michael Sonnenshein deze kwesties en de voorgenomen koers.
Lessen volgens Grayscale
Grayscale meende dat de recente gebeurtenissen een aantal standpunten onderstreepten:
- De behoefte aan Amerikaanse spotbitcoin-ETF’s
- De behoefte aan sterkere bescherming door regelgeving
- De opvatting dat FTX’s ondergang voortkwam uit hebzucht en corruptie, niet uit een technisch falen van crypto zelf
Sonnenshein maakte daarbij onderscheid tussen het handelen van personen en de technologie: “We moeten het handelen van enkele personen en organisaties niet verwarren met Bitcoin of Ethereum, de onderliggende blockchaintechnologie, of slimme contracten en toepassingen voor gedecentraliseerde financiering.”
Zorgen over verbonden bedrijven
Over de banden binnen de groep verklaarde Grayscale dat Genesis en DCG geen tegenpartijen of dienstverleners voor GBTC of de andere producten waren en volgens het bedrijf daarom geen invloed hadden op de bedrijfsvoering van die producten. DCG was de moedermaatschappij van Grayscale. DCG, Genesis en andere verbonden ondernemingen bezaten samen bijna tien procent van de uitstaande GBTC-aandelen; dat was geen klein belang in Grayscale zelf. De onderliggende bitcoin werd gehouden door de afzonderlijke trust, ten behoeve van de aandeelhouders, en behoorde niet tot het vrij beschikbare vermogen van die andere bedrijven.
Grayscale wees daarnaast op de rapportagewaarborgen voor GBTC. Het ging onder meer om onafhankelijke controles van de jaarlijkse financiële overzichten, registratie onder de Securities Exchange Act van 1934 en doorlopende SEC-verslaggeving. Die verplichtingen waren geen garantie tegen verlies of een SEC-keurmerk voor de belegging.
De plannen vanuit het perspectief van eind 2022
GBTC-aandelen noteerden toen volgens het artikel ongeveer 49 procent onder de intrinsieke waarde: de marktprijs lag dus onder de waarde van de bitcoin per aandeel. De destijds gesloten fondsstructuur, zonder doorlopend inkoop- of terugbetalingsprogramma, droeg aan die afwijking bij. Beleggers konden hun aandelen wel op de secundaire markt verkopen, maar niet rechtstreeks bij de trust tegen de onderliggende waarde inleveren. Grayscale beschouwde de truststructuur als een stap op weg naar een ETF. De afwijzing door de SEC had die beoogde omzetting geblokkeerd.
Voor 2023 bleef de omzetting de prioriteit, maar Grayscale onderzocht ook alternatieven voor het geval alle juridische mogelijkheden zouden mislukken en er binnen redelijke termijn geen perspectief op een wettelijke of regelgevende oplossing bestond. Een mogelijke optie was een openbaar inkoopbod voor maximaal twintig procent van de uitstaande GBTC-aandelen. Dit was een voorwaardelijk plan, geen aangekondigde of gegarandeerde terugkoop.
Grayscale stelde in het geschil dat de SEC inconsequent handelde door bitcoinfutures-ETF’s toe te staan en een spotbitcoin-ETF af te wijzen. Volgens het bedrijf rechtvaardigde de samenhang tussen die markten een vergelijkbare behandeling. Dat was het standpunt van Grayscale; het betekende niet dat beide fondsstructuren identieke risico’s of toezichtskaders hadden.
Grayscale verwachtte dat een ETF-omzetting de toen bijna één miljoen Amerikaanse beleggers zou helpen doordat het mechanisme voor uitgifte en inkoop van aandelen de koers dichter bij de intrinsieke waarde kon brengen. Daarmee hoopte het de toenmalige korting van circa 49 procent weg te nemen. Een ETF garandeert echter niet dat iedere belegger altijd exact tegen de intrinsieke waarde kan verkopen.
Het alternatieve inkoopbod vereiste twee afzonderlijke toestemmingen: vrijstelling door de SEC van bepaalde regels voor openbare inkoopbiedingen en goedkeuring door aandeelhouders van een wijziging van de trustovereenkomst. Zonder die toestemmingen kon het plan niet worden uitgevoerd. Dit waren de mogelijkheden en beperkingen zoals ze eind 2022 werden beschreven.












