Digitale activa

Ripple en SEC in oktober 2022: verweer, Hinman-documenten en procesverwachtingen

mm
Voeg Securities.io toe aan je voorkeursbronnen op Google

Eind oktober 2022 liep de civiele zaak van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) tegen Ripple Labs bijna twee jaar. Op 22 december 2020 spande de SEC de zaak aan bij de federale rechtbank in Manhattan. Volgens de toezichthouder had Ripple vanaf 2013 ruim 1,3 miljard dollar opgehaald met niet-geregistreerde XRP-aanbiedingen. Het ging niet om een beursgang van aandelen in 2013. De SEC stelde ook dat medeoprichter Chris Larsen en toenmalig CEO Brad Garlinghouse samen circa 600 miljoen dollar aan persoonlijke, niet-geregistreerde XRP-verkopen hadden verricht. De vordering berustte op de Securities Act van 1933. De Howey-toets helpt bepalen of een concrete transactie een beleggingscontract en daarmee een effect is. De economische omstandigheden van de aanbieding en verkoop zijn daarbij van belang, niet alleen de naam van de token.

De SEC stelde dat de aangevochten verkopen onder de effectenwet vielen; Ripple betwistte dat. XRP is geen aandeel in Ripple en kent ook toepassingen voor betalingen. Na de aanklacht schortten Coinbase en andere vooral Amerikaanse handelsplatforms de handel op of beperkten die. Dat betekende niet dat XRP wereldwijd overal verdween.

Ripple voerde verweer tegen de SEC. Het centrale geschilpunt was onder welke omstandigheden transacties met XRP onder de effectenwetgeving vielen. De vaak gebruikte vraag is XRP een effect vat die transactieafhankelijke beoordeling te eenvoudig samen. Het oorspronkelijke artikel verwees naar commentaar in Forbes waarin enkele juridische deskundigen kansen voor Ripple zagen en kritiek hadden op de uitleg van Howey door de SEC. Dat waren opinies en verwachtingen; de Howey-toets zelf was daarmee niet buiten werking gesteld.

Procesverloop tot oktober 2022

De procedure kende verschillende wendingen. Ripple presenteerde argumenten waarmee aanhangers hoopten de zaak te winnen. Die procedurele ontwikkelingen bewezen echter geen eindoverwinning. Ripple beriep zich onder meer op het ontbreken van voldoende duidelijke voorafgaande kennisgeving van de verboden gedraging. De SEC wilde dat verweer laten schrappen en wees op juridische tekortkomingen en belastend bewijsverzoek. Op 11 maart 2022 wees de rechter dat verzoek af in de fase van de processtukken. Daardoor bleef het verweer mogelijk; de rechter oordeelde nog niet dat Ripple uiteindelijk op die grond zou winnen.

De discussie over de Hinman-documenten

Ripple wees op de toespraak van William Hinman, toen directeur Corporation Finance bij de SEC, van 14 juni 2018. Hij gaf zijn persoonlijke opvatting dat aanbiedingen en verkopen van ether in de toenmalige situatie geen effectentransacties waren, waarbij hij de eerdere fondsenwerving buiten beschouwing liet. De tekst bevatte al een voorbehoud dat hij niet noodzakelijk namens de SEC sprak. Dit was geen algemene rechterlijke vrijstelling voor ETH of XRP. Hinman verliet de SEC op 4 december 2020, vóór de aanklacht van 22 december. Ripple vroeg interne e-mails en andere stukken op; de SEC verzette zich tegen openbaarmaking in het bewijsproces en bestreed eerdere bevelen.

In oktober 2022 meldde Ripple dat het de lang gevraagde Hinman-documenten had ontvangen. Juridisch directeur Stuart Alderoty reageerde in een bericht positief op die ontvangst. Verstrekking aan een procespartij was niet hetzelfde als volledige publieke openbaarmaking en bewees op zichzelf geen onrechtmatig handelen door de SEC.

Aanhangers die bekendstaan als de XRPArmy op Crypto Twitter reageerden enthousiast. Een van hun campagnes gebruikte #relistXRP om platforms, vooral Coinbase, op te roepen de handel te herstellen. Hun verwachting dat de documenten een belangrijk middel voor de verdediging vormden, bleef een inschatting van voorstanders. Een hashtag of processtuk bepaalde de uitspraak of beursnotering niet.

Steun van derden voor Ripple

Een groep XRP-houders wilde deelnemen aan de procedure en informatie aanleveren. De SEC maakte bezwaar tegen onderdelen van die deelname. Een amicus is geen gewone procespartij; de rechtbank bepaalt welke bijdrage is toegestaan.

Ook bedrijven die XRP gebruikten, wilden hun visie geven. Op 11 oktober 2022 gaf de rechter betaaldienstverlener I-Remit en privéjetdienst TapJets toestemming voor amicus-stukken ter ondersteuning van Ripple. De SEC had op 4 oktober bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde inbreng als poging om buiten de bewijsregels en onderzoeksbeperkingen nieuwe feiten aan te dragen. De bedrijven wilden juist hun gebruik van XRP bij betalingen toelichten. Toestemming voor een stuk betekende niet dat de rechter alle daarin vervatte claims onderschreef.

De brancheorganisatie Blockchain Association diende op 28 oktober 2022 eveneens een verzoek in om als amicus curiae een standpunt te mogen indienen. Dit was toen een verzoek om toestemming. De organisatie bekritiseerde de uitleg van Howey door de SEC, in deze strekking:Volgens de organisatie trok de SEC haar uitleg te ruim door, onder meer door het oorspronkelijke beleggingscontract onvoldoende te onderscheiden van latere transacties met de token. Dat was een belangenbehartigingsstandpunt, geen uitspraak van de rechtbank.

De verwachtingen van 2022 en het latere verloop

In 2022 hoopten voorstanders dat een gunstige uitspraak vertrouwen, koersherstel en hervatting van handel zou opleveren. Zulke verwachtingen betroffen mogelijke koersbewegingen, geen gegarandeerde stijgingen of automatische terugkeer op elke beurs. Iedere handelsaanbieder maakt eigen afwegingen, en een uitspraak over bepaalde transacties geeft niet vanzelf één algemene regel voor alle tokens.

Omgekeerd vreesden marktpartijen dat een ruime overwinning van de SEC gevolgen zou hebben voor andere projecten en platforms. Dat scenario was geen zekerheid: andere zaken hebben hun eigen feiten en juridische grondslagen.

Garlinghouse verwachtte destijds in de eerste helft van 2023 duidelijkheid; dat was zijn prognose, geen rechterlijke deadline. Op 13 juli 2023 volgde een gemengde uitspraak: institutionele verkopen vielen onder de registratieplicht, terwijl onder meer de onderzochte programmatische verkopen geen beleggingscontracten vormden. Op 7 augustus 2025 maakten de SEC en Ripple bekend hun wederzijdse hoger beroep te beëindigen. De einduitspraak met een civiele boete van 125.035.150 dollar en een verbod op toekomstige overtreding van de registratiebepalingen bleef van kracht. Daarmee eindigde de beroepsprocedure, terwijl de boete en het verbod bleven gelden.

Mandela is sinds 2017 een cryptocurrency-enthusiast. Hij houdt van coderen en schrijven over opkomende technologieën. Hij heeft een diepgaande kennis van gedistribueerde ledger-technologie en de Web3-technologie-stack. Hij geniet van het onderzoeken van nieuwe cryptocurrency-projecten.