Interviews
Anndy Lian, auteur van “Web4: The Age of Autonomous Intelligence” – Interviewreeks

Anndy Lian is de auteur van het recent uitgebracht Web4: The Age of Autonomous Intelligence, een boek dat onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie, blockchain en gedecentraliseerde netwerken samenkomen om de volgende evolutie van het internet te creëren. Voortbouwend op thema’s die hij introduceerde in zijn bestseller Blockchain Revolution 2030, onderzoekt Lian de opkomst van autonome AI‑agenten, digitale soevereiniteit en de infrastructuur die nodig is voor een meer gedecentraliseerde en intelligente digitale toekomst.
Naast zijn werk als auteur en denkleider, fungeert Lian als Chief Digital Advisor voor de Mongolian Productivity Organisation en is hij partner en fondsmanager die blockchain‑investeringen beheert voor Passion Venture Capital Pte. Ltd. Als vroege adoptant, investeerder en ondernemer in blockchain, heeft hij overheden, beursgenoteerde bedrijven en organisaties in heel Azië geadviseerd over digitale activa, opkomende technologieën en innovatiestrategie. Hij was eerder voorzitter van BigONE Exchange en lid van de adviesraad van Hyundai DAC, de blockchain‑tak van Hyundai Motor Group.
Uw carrière heeft u van vroege Bitcoin‑investeringen en blockchain‑pleitbezorging naar het adviseren van overheden, regelgevers en ondernemingen in heel Azië gebracht. Als u terugkijkt op de afgelopen 15 jaar, welke ervaringen hebben de ideeën die uiteindelijk leidden tot Web4: The Age of Autonomous Intelligence het meest beïnvloed?
Toen ik Bitcoin voor het eerst tegenkwam in 2012, beschouwden mensen het als een voorbijgaande curiositeit. Maar zittend in kamers met vroege technologische pioniers zag ik de prachtige oorsprong van gedecentraliseerd vertrouwen. Later, toen ik de kloof overbrugde tussen die wilde frontier en institutionele stabiliteit, of ik nu de Asian Productivity Organization, denktanks of diverse ministeries in Azië adviseerde, kreeg ik een koude realiteitsklap.
Ik zag regelgevers in paniek raken over de wetteloosheid van crypto, terwijl tech‑puristen het overduidelijk feit negeerden dat zelfstandige smart contracts functioneel rigide waren en echte intelligentie misten. De doorslaggevende trigger voor Web4 was het uit de eerste hand aanschouwen van deze enorme fragmentatie. Ik voorzit DAO’s waarin één enkele rijke “whale” moeiteloos het stemrecht van duizenden gepassioneerde community‑leden overschreef. Ik zag briljante, gewone mensen naar Web3‑interfaces kijken alsof ze buitenaardse hiërogliefen probeerden te ontcijferen. Het werd voor mij glashelder dat je geen echte digitale soevereiniteit kunt bereiken als de cognitieve last van het systeem volledig bij een reeds uitgeputte menselijke gebruiker blijft liggen. Die wrijving is wat het zaadje voor Web4 plantte.
In het boek betoogt u dat Web1 ons informatie gaf, Web2 ons connectiviteit, en Web3 ons eigendom, maar dat alle drie er niet in slaagden het probleem van digitale soevereiniteit volledig op te lossen. Wat is de fundamentele fout in de huidige internetarchitectuur die Web4 moet aanpakken?
De absolute fundamentele fout in de huidige architectuur is wat ik de “centralisatie‑paradox” noem. Web2 was in wezen de grootste lokkertje‑en‑verrassing uit de geschiedenis; we ruilden gretig onze intieme gedragsgegevens in voor het gemak van “gratis” tools, waardoor we zelf het product werden voor corporatieve eigenaren. Web3 kwam met de vlag van digitale bevrijding zwaaiend, schreeuwend dat we eindelijk onze digitale activa konden bezitten.
Maar laten we voorbij de gladde marketing kijken : Web3 faalde fundamenteel omdat de onderliggende infrastructuur terugviel in de handen van een gespecialiseerde elite, VC‑firma’s en geconcentreerde validator‑netwerken. Als u een gecentraliseerde beurs of een industriële cloudprovider nodig heeft om met een “gedecentraliseerd” netwerk te communiceren, bent u niet soeverein; u huurt gewoon ruimte van een andere verhuurder. Web3 gaf ons het onveranderlijke grootboek voor eigendom, maar liet de zware cognitieve last volledig bij de gebruiker. Web4 lost deze structurele achteruitgang op door een cognitieve laag te introduceren, waardoor geautomatiseerde systemen deze zware structurele wrijving namens ons kunnen verwerken, terwijl alles strikt on‑chain wordt geverifieerd.
Een van de centrale thema’s van het boek is dat Web4 voortkomt uit de convergentie van kunstmatige intelligentie en blockchain. Waarom gelooft u dat deze technologieën samen krachtiger zijn dan afzonderlijk, en welke nieuwe mogelijkheden ontstaan wanneer AI de cognitieve laag vormt en blockchain de vertrouwenslaag?
Te lang heeft de tech‑wereld AI en blockchain behandeld als afzonderlijke, concurrerende silo’s. AI‑ontwikkelaars spotten blockchain omdat het traag en rigide was, terwijl blockchain‑puristen AI zagen als een onbetrouwbare, manipulatieve black box. Ze hadden allebei gelijk, maar misten beiden het grote architecturale plaatje.
Wanneer je ze combineert, worden ze het brein en de ruggengraat van een geheel nieuw internetparadigma. AI levert de cognitieve capaciteit, het aanpasbare brein dat natuurlijke taal kan lezen, door rommelige data kan redeneren en continue beslissingen kan nemen. Blockchain levert de onverzettelijke ruggengraat van vertrouwen, het onveranderlijke audit‑pad dat voorkomt dat dat brein zich onttrekt of bedrijfswinsten dient. Samen vormen ze een symbiotische feedback‑lus. Je krijgt prachtige nieuwe mogelijkheden, zoals volledig autonome AI‑economische actoren die financiën kunnen beheren of cross‑chain‑overeenkomsten kunnen uitvoeren zonder menselijke operator, maar die cryptografisch kunnen bewijzen dat ze perfect handelden binnen de expliciete parameters van de gebruiker. Het is intelligentie, volledig geverifieerd.
U schrijft dat gebruikers hun intentie in natuurlijke taal moeten kunnen uitdrukken terwijl autonome AI‑agenten taken namens hen uitvoeren. Welke technologische doorbraken moeten nog plaatsvinden voordat deze visie praktisch wordt voor alledaagse consumenten en bedrijven?
Op dit moment levert het vertellen aan een chatbot om “mijn financiële portefeuille te optimaliseren” een mooi essay op, geen uitvoering. Om natuurlijke menselijke intentie te verbinden met on‑chain realiteit, hebben we een enorme technologische verschuiving nodig van reactieve, prompt‑gebaseerde chatbots naar echte, persistente autonome agent‑laagarchitecturen.
Ten eerste moeten we de determinisme‑knelpunt volledig oplossen. Blockchains vereisen absolute, wiskundige zekerheid over elke node, terwijl AI‑modelinference sterk leunt op probabilistische benaderingen en vloeiende getallen. Het verzoenen van deze twee vreemde computationele logicasystemen vereist diepe cryptografische doorbraken. Bovendien duurt het genereren van Zero‑Knowledge Machine Learning (ZKML)‑bewijzen, die een agent in staat stellen zijn besluitvormingslogica te bewijzen zonder gevoelige parameters bloot te stellen, momenteel veel te lang. We hebben dringend hardware‑versnelling en circuit‑optimalisatie nodig om de latentie van bewijs‑generatie terug te brengen tot milliseconden. Ten slotte hebben we universele cross‑chain intent‑standaarden nodig, zoals ERC‑7683, zodat gespecialiseerde agenten naadloos transacties kunnen coördineren in een rommelig, gefragmenteerd multi‑chain‑universum zonder vast te komen zitten in gesiloëerde netwerken.
Het boek introduceert het concept van AI‑economische actoren die onafhankelijk kunnen opereren, beslissingen kunnen nemen, kapitaal kunnen alloceren en zelfs bedrijven kunnen runnen. Hoe realistisch is die toekomst, en wat zijn de grootste governance‑ en verantwoordingsuitdagingen die de samenleving onderweg moet oplossen?
Dit is geen sci‑fi‑speculatie; het is een economische onvermijdelijkheid. In het boek voorspel ik dat tegen 2035 volledig autonome AI ongeveer 50 % van alle besluitvorming op digitale platforms zal beheersen, een explosieve sprong ten opzichte van de magere 15 % die we vandaag zien. We zullen autonome bedrijven zien die volledig op smart contracts opereren, dynamisch tokenomics aanpassen, menselijke contractanten inhuren en rendementen optimaliseren zonder een menselijke CEO in zicht.
Het echte probleem is niet of de technologie werkt, maar hoe we het besturen. Als een autonome entiteit een roofzuchtige, algoritmische strategie ontdekt die de protocolwinst maximaliseert terwijl het volledig de liquiditeit van een lokale gemeenschap leegzuigt, wie wordt er dan aangeklaagd? Huidige ondernemingswetgeving valt volledig uit elkaar wanneer er geen menselijke operator achter een juridisch bindende transactie staat. We zullen neutrale, multi‑agent‑validatiekaders en strikte, hardware‑geforceerde drempel‑beveiligingen moeten ontwerpen om ervoor te zorgen dat machine‑intelligentie menselijke beleidsregels dient in plaats van koude, niet‑gealigneerde optimalisatiefuncties.
Privacy is een terugkerend thema door heel Web4. Technologieën zoals Zero‑Knowledge Machine Learning, Federated Learning en Homomorphic Encryption spelen een prominente rol in uw raamwerk. Welke van deze innovaties gelooft u dat de grootste impact zal hebben op het bruikbaar en privacy‑behoudend maken van AI?
Hoewel alle drie essentiële pijlers van het raamwerk zijn, is Zero‑Knowledge Machine Learning (ZKML) de absolute kroonjuweel van de Web4‑vertrouwensarchitectuur. Federated Learning is uitstekend voor gedecentraliseerde training zonder ruwe data te verplaatsen, en Homomorphic Encryption biedt waterdichte wiskunde maar brengt een brute computationele last met zich mee die alles tot een absolute kruipende snelheid vertraagt.
ZKML lost de fundamentele crisis van het autonome web: het black‑box‑probleem. Het verwijdert elegant de giftige binaire keuze tussen blinde vertrouwen in een corporate AI‑provider of het downloaden van een volledig propriëtair model. Met ZKML kan een agent zeer gevoelige persoonlijke invoer analyseren, zoals uw privé‑medische gegevens of institutionele schatkistrecords, en cryptografisch bewijzen dat de resulterende output is gegenereerd door het exacte, onaangepaste gecertificeerde model, zonder de geheime gewichten van het model bloot te stellen of de data‑soevereiniteit van de gebruiker te schenden. Het transformeert vertrouwen van een blinde sprong van geloof naar verifieerbaar, wiskundig bewijs.
U vermeldt dat dit boek drie jaar heeft geduurd om te voltooien en door 23 versies ging vóór publicatie. Wat waren de grootste veranderingen in uw denken tijdens dat proces, en hoe beïnvloedde de snelle evolutie van AI de uiteindelijke versie van het boek?
Het schrijven van dit boek was een brute oefening in het najagen van een supersonisch doel. Toen ik begin 2021 de Web4‑concepten in kaart bracht, was de tekst voornamelijk een scherpe, technische kritiek die sterk gericht was op het oplossen van Web3’s structurele centralisatie en pijnlijke UI‑knelpunten. Het was toen veel eenvoudiger.
Maar toen generatieve AI en grote taalmodellen agressief mainstream werden, keerde mijn hele thesis om. Ik zag het technologische landschap snel verschuiven van statische, reactieve chatbots naar complexe, doelgerichte agent‑gedragingen. Ik vond mezelf voortdurend hoofdstukken wegnemen omdat de real‑world technologie sneller voortschreed dan de inkt kon drogen. Ik eindigde met het wegsnijden van meer dan 140 pagina’s alleen om het architecturale blauwdruk praktisch en mens‑gericht te houden. De snelle verschuiving deed me beseffen dat Web4 niet slechts een eenvoudige technische patch voor crypto‑portefeuilles is; het is een dringende wereldwijde race om een gedecentraliseerde ondergrond voor intelligentie te bouwen voordat corporate monopolies ons vastzetten in een onontkoombare era van ultiem surveillancakapitalisme.
U heeft veel tijd besteed aan samenwerking met beleidsmakers en regelgevers. Naarmate autonome AI‑systemen capabeler worden en gedecentraliseerde netwerken intelligenter, hoe moeten overheden innovatie balanceren met toezicht zonder de fouten te herhalen die de adoptie van eerdere technologieën vertraagden?
Overheden vallen altijd terug op exact dezelfde fout: proberen industriële‑tijdperk, starre wetten te schrijven voor technologieën die elke week muteren. Als u zware, verouderde licentie‑compliancemodellen toepast op een gedecentraliseerd netwerk, pakt de innovatie simpelweg haar koffers en migreert ’s nachts naar een vriendelijkere jurisdictie.
Het geheim van moderne regulering ligt in het veranderen van de mindset van het handhaven van menselijke papierwerk naar het benutten van programmeerbare, geautomatiseerde parameters. Regelgevers moeten beseffen dat Web4’s vertrouwensarchitectuur hun grootste bondgenoot is. In plaats van backdoors of gecentraliseerd toezicht te eisen, moeten overheden samenwerken aan open technische standaarden zoals verifieerbare audit‑trails en ZK‑proof‑validatie. Door compliance‑richtlijnen direct in de consensus‑pipeline van het protocol te coderen, maakt u realtime anomaliedetectie en transparante, neutrale tracking mogelijk zonder ontwikkelaars te verstikken met bureaucratie. Het doel is om soepel over te gaan van retroactieve, zware juridische straffen naar continue, cryptografische beleidsvorming.
Digitale effecten worden al lange tijd gezien als een van de meest veelbelovende use‑cases van blockchain, maar de adoptie is trager verlopen dan velen verwachtten. Hoe ziet u digitale effecten zich de komende tien jaar ontwikkelen, en welke rol kan AI spelen op gebieden zoals compliance, uitgifte, handel en beleggersbescherming?
De adoptie van digitale effecten stuitte op een structurele baksteenmuur omdat traditionele financiën dynamisch, realtime risicomanagement en complexe compliance‑logica eisen die eenvoudige, statische smart contracts simpelweg niet kunnen verwerken.
In de komende tien jaar zal de integratie van AI enorme liquiditeit in deze stagnante sector blazen. AI‑agenten zullen digitale effecten transformeren van statische digitale omhulsels naar levende, intelligente activa. Stel u een uitgifte‑framework voor waarin AI‑orakels continu ongestructureerde wereldwijde nieuwsfeeds, verschuivingen in de toeleveringsketen en veranderende regelgeving analyseren, en onmiddellijk de onderliggende beveiligingsparameters bijwerken of grensoverschrijdende compliance‑routeringsregels on‑the‑fly aanpassen. Voor beleggersbescherming zullen gespecialiseerde multi‑agent‑zwermen on‑chain transactiep Patronen continu monitoren, onmiddellijk kwaadaardige spoofing‑ of front‑running‑pogingen detecteren en hardware‑niveau bevriezingen activeren voordat retailkapitaal wordt weggevaagd. AI zal digitale effecten eindelijk omvormen van een technische nieuwigheid naar een ondernemings‑gereed institutionele financiële infrastructuur.
Als we doorspoelen naar 2035 en uw visie op Web4 werkelijkheid wordt, wat zal mensen het meest verbazen aan hoe ze met het internet omgaan, en welke aspecten van de digitale ervaring van vandaag zullen volgens u volledig verouderd lijken?
Tegen 2035 zal het concept van handmatig “het internet browsen” of klikken door starre apps aanvoelen als pijnlijk oud, vergelijkbaar met het gebruik van een inbel‑modem of een faxmachine. Mensen zullen volledig verbaasd zijn over de totale verdwijning van de digitale tussenpersoon. U zult niet meer door bedrijfswebsites navigeren om vliegtickets te kopen, een auto te huren of een beleggingsportefeuille te beheren; u zult simpelweg uw intentie in gewone, alledaagse taal uitspreken tegen uw soevereine AI‑agent.
Onze huidige digitale nachtmerrie, waarin we voortdurend worden gebombardeerd met toxische clickbait, gevangen zitten in verslavende algoritmische dopamine‑lussen, en gedwongen worden tientallen complexe wachtwoorden en seed‑zinnen te onthouden, zal volledig middeleeuws lijken. Vandaag zijn wij de geëxtraheerde brandstof voor corporate machines; in 2035 zal het web functioneren als een gedecentraliseerde, diep gepersonaliseerde extensie van menselijke intentie. We zullen terugkijken op het midden van de jaren 2020 en lachen dat we daadwerkelijk een handvol gecentraliseerde tech‑platforms hebben toegestaan om ons privéleven te profileren en onze aandacht terug aan ons te verkopen.
Bedankt voor het geweldige interview, lezers zouden ook Web4: The Age of Autonomous Intelligence moeten overwegen te lezen.












