Kunstmatige intelligentie
AI opent een nieuwe markt voor de kleinste bedrijven ter wereld

Kunstmatige intelligentie (AI) transformeert bedrijven in verschillende sectoren, en de impact ervan is niet langer beperkt tot grote ondernemingen; ze dringt nu door in de dagelijkse activiteiten van kleine bedrijven. Deze verschuiving wordt steeds zichtbaarder.
Een door QuickBooks in opdracht uitgevoerde enquête onder duizenden volwassenen in de VS, Canada, Australië en het Verenigd Koninkrijk wees uit dat een groeiende, informele ondernemers‑economie de manier verandert waarop nieuwe ondernemingen van start gaan.

Volgens de enquête is 33 % van de Amerikaanse volwassenen van plan dit jaar een bedrijf of nevenactiviteit te starten, een stijging van 94 % ten opzichte van vorig jaar, en 65 % van de aspirerende Amerikaanse ondernemers geeft aan waarschijnlijk AI te zullen inzetten om hun onderneming te lanceren. Deze ambitieuze oprichters zijn van plan AI te gebruiken voor marktonderzoek (29 %), het maken van websites of productvermeldingen (19 %) en het ontwikkelen van merkmaterialen (14 %).
Diezelfde studie toont aan dat de financiële middelen achter deze ambities schaars zijn, waarbij Amerikanen schatten dat ze tienduizenden dollars nodig hebben om een bedrijf te starten. Toch hebben kostenbarrières de adoptie onder degenen die al een bedrijf runnen niet vertraagd. Nieuwe onderzoek van de Federal Reserve Bank of San Francisco wees uit dat bijna 46 % van de kleine bedrijven al AI gebruikt, terwijl nog eens 15 % van plan is dit de komende 12 maanden te gaan doen.
Echter, een derde van de bedrijven in de Small Business Credit Survey van 2025 heeft geen plannen om AI te gebruiken, waarbij 30 % aangeeft simpelweg geen gebruik te willen maken van AI. En onder degenen die AI gebruiken, had slechts 7 % het volledig geïntegreerd in hun bedrijfsprocessen, terwijl de helft experimenteerde met AI en nog eens 44 % het gedeeltelijk had geïntegreerd.
Tegelijkertijd meldt data van SoFi rapporten dat ongeveer drie kwart van de kleine ondernemers nu minstens één AI‑tool gebruikt, en LinkedIn’s 2026 onderzoek beschrijft AI als een strategisch bezit.
AI is van een hulpmiddel uitgegroeid tot een strategisch bezit voor kleine bedrijven die in 2026 veerkrachtig willen blijven en groeien. Door AI te adopteren kunnen bedrijven hun processen stroomlijnen, kosten verlagen en besluitvorming versnellen, waardoor ruimte ontstaat voor innovatie en het opbouwen van relaties.
– Sharat Raghavan, econoom en directeur onderzoek bij LinkedIn
Al deze gegevens maken duidelijk dat AI niet langer alleen een verhaal van grote bedrijven is; het speelt zich uit in de bredere bedrijfs‑economie. Maar de vraag blijft: kan AI werkelijk de resourcekloof tussen de kleinste bedrijven en grotere concurrenten verkleinen, of zal het een nieuwe technologische kloof creëren?
Deze vraag is bijzonder belangrijk in de informele economie, die wordt gekenmerkt door niet‑geregistreerde, ongereguleerde en voornamelijk micro‑sized bedrijven. Een nieuwe academische studie onderzoekt precies dat: wie wint en wie wordt achtergelaten onder deze bedrijven.
AI verlaagt de drempel, maar niet elke drempel
Tegenwoordig is kunstmatige intelligentie overal, en het lijkt alsof het van de ene op de andere dag is ontstaan. Terwijl de lancering van ChatGPT eind 2022 AI mainstream maakte, gaat de geschiedenis van AI veel verder terug. De basis voor de technologie werd gelegd in het begin van de 20e eeuw.
In 1950 publiceerde wiskundige Alan Turing ‘Computer Machinery and Intelligence’, waarin hij de Turing‑test introduceerde, die door experts wordt gebruikt om computerintelligentie te meten. De term ‘kunstmatige intelligentie’ werd ondertussen bedacht door John McCarthy, die ook de eerste programmeertaal voor AI‑onderzoek (LISP) ontwikkelde.
Na een periode van zowel snelle groei als tegenslag kwam de AI‑boom van 1980‑1987, gekenmerkt door overheidsfinanciering en onderzoeksdoorbraken. Maar daarna nam de belangstelling voor de technologie af, hoewel de ontwikkeling doorging, en het eerste decennium van de jaren 2000 noteerde aanzienlijke vooruitgang, waaronder een robot die menselijke emoties simuleerde, op afstand bestuurde voertuigen die andere planeetoppervlakken verkenden zonder menselijke tussenkomst, bedrijven die AI gebruikten in hun UX‑algoritmen, en de introductie van Siri.
Dit brengt ons naar het heden, waarin we een opleving zien van alledaagse AI‑tools zoals chatbots, virtuele assistenten, zoekmachines en workflow‑automatisering. Deze tools hebben AI enorm populair gemaakt bij consumenten en hebben nu een aanzienlijke impact op de zakelijke wereld. AI omvat computersystemen en toepassingen die zijn ontworpen om menselijke intelligentie te simuleren, waaronder het herkennen van patronen, het doen van voorspellingen en het ondersteunen van beslissingen.
In het bedrijfsleven wordt AI steeds vaker ingebed in digitale producten die we regelmatig gebruiken, zoals klantenservice‑chatbots, aanbevelingssystemen, content‑generatietools, vertaalapplicaties, advertentieplatformen en financiële technologieën. Dit stelt ondernemers in staat AI te benutten via tools die ze al gebruiken, in plaats van zelf AI‑systemen te bouwen.
Voor mensen die kleine bedrijven runnen is dit van belang omdat de belangrijkste beperking waarmee ze te maken hebben, de beperkte hoeveelheid tijd, geld, informatie en arbeid is die beschikbaar is om ondernemingsambitie om te zetten in actie, en AI helpt die beperkingen weg te nemen.
Jarenlang konden de voordelen van de automatisering die AI biedt alleen worden genoten door grote organisaties die zich data‑wetenschappers, cloudcontracten en maatwerksoftware konden veroorloven. Daardoor liepen kleine bedrijven achter op grotere organisaties bij het adopteren van nieuwe technologieën. Maar dat veranderde met smartphones en sociale mediaplatformen, die deze mogelijkheden direct in de tools die mensen al bezitten plaatsten. Nu AI‑tools breed toegankelijk zijn, hoeft een ondernemer niet te begrijpen hoe een neuraal netwerk werkt; hij of zij hoeft alleen te weten hoe een app te openen.
Dat stimuleert de toename van AI‑adoptie. Bijvoorbeeld, JPMorgan’s eerste rapport in de onderzoekserie Small Business in the Age of AI deelde dat nieuwere bedrijven ‘meer geneigd zijn AI vanaf het begin te adopteren en sneller op te schalen.’ Kleine bedrijven betalen ook consequent voor AI, ‘gebruiken een breder scala aan diensten dan voorheen.’

Bovendien kan de technologie de manier waarop kleine bedrijven concurreren veranderen. Door gebruik te maken van generatieve AI kunnen ze de kosten en tijd die gemoeid zijn met het ontwikkelen van ideeën of het produceren van content verminderen, gemakkelijker communiceren over taalgrenzen heen via vertaaltools, AI‑ondersteunde analyses benutten om klantvoorkeuren en marktbewegingen te interpreteren, en hun reactievermogen buiten de werkuren uitbreiden via geautomatiseerde klantinteractie.
Een nieuwe studie van MKB’s in India, in opdracht van Amazon (AMZN ) Ads, meldde dat bijna 87 % van de MKB’s aangeeft dat ze met behulp van AI‑aangedreven advertentietools toegang hebben gekregen tot doelgroepen of kanalen die voorheen buiten hun bereik lagen, terwijl voor drie kwart AI‑ondersteunde reclame direct de groei van het bedrijf heeft gestimuleerd.
AI vervangt de ondernemer niet; het vergroot hun bestaande capaciteit. Maar het is niet alleen positief. Zoals respondenten in de 2025 Small Business Credit Survey van de Fed aangaven, leidde het gebruik van de technologie tot een hogere productiviteit (71 %), verbeterde kwaliteit van goederen en diensten (39 %) en hogere omzet (31 %), maar het veranderde de arbeidskosten niet.
Het gebruik van AI brengt ook andere uitdagingen met zich mee. Voor bijna de helft van de respondenten (46 %) is die uitdaging nauwkeurigheid, terwijl voor 43 % het aanpassen van AI‑tools aan hun bedrijfsbehoeften was.
Het vinden van tools die voldoen aan de bedrijfsbehoeften is de grootste uitdaging geweest voor meer dan de helft (54 %) van degenen die AI in de komende 12 maanden willen adopteren. De tijd die nodig is om werknemers te trainen in AI (37 %) is een andere belangrijke uitdaging voor deze bedrijven.
Bovendien maakt de verschuiving van op maat gemaakte, dure AI naar goedkope, ingebedde AI de technologie toegankelijk, maar toegankelijkheid is niet hetzelfde als het vermogen om er blijvende waarde uit te halen.
Dit onderscheid wordt bijzonder belangrijk in de informele economie. De nieuwste studie kaart dit exacte terrein uit en betoogt dat AI opkomt als een tweesnijdend instrument voor ongeveer de helft van de niet‑agriculturele banen wereldwijd die zich in de informele economie bevinden en bijna een derde van het BBP in veel ontwikkelingslanden genereren.
De belangrijkste bewering van de studie is dat AI een echte egalisator kan zijn, die de productiviteit en markttoegang verbetert, terwijl ondernemers blootstelt aan digitale ongelijkheid, afhankelijkheid van platformen en nieuwe kwetsbaarheden.
AI kan het speelveld egaliseren of de kloof verdiepen
De studie getiteld ‘Artificial intelligence in the informal economy: game changer for microentrepreneurs?1‘ is geen conventionele grootschalige empirische test, maar eerder een conceptueel artikel dat twee gevestigde theorieën combineert om een kader te creëren, dat de auteurs vervolgens illustreren met drie echte micro‑ondernemingen.
Het kader legt uit hoe informele micro‑ondernemingen AI kunnen ontwikkelen en inzetten ondanks ernstige resourcebeperkingen. Een van de twee hoofdperspectieven die in dit kader zijn geïntegreerd, is de bricolagetheorie, oorspronkelijk ontwikkeld om te verklaren hoe actoren met weinig middelen dingen voor elkaar krijgen door creatief de reeds beschikbare tools te recombineren in plaats van te wachten op de ‘juiste’ middelen.
Wanneer toegepast op digitale tools, definiëren de auteurs dit als het mobiliseren en creatief recombineren van onderbenutte of niet‑gebruikte digitale bronnen. Voor een informele ondernemer kan dit betekenen dat hij een oude smartphone hergebruikt, een gratis analytics‑dashboard gebruikt, goedkope softwaretoepassingen combineert, experimenteert met toegankelijke AI‑diensten in plaats van een geavanceerd enterprise‑systeem aan te schaffen, en de ingebouwde automatisering van een berichtenapp gebruikt om bedrijfswaarde te creëren, leveren en vast te leggen.
Digitale bronnen, beargumenteren de auteurs, zijn bijzonder geschikt voor dit soort improvisatie omdat ze draagbaar, veelzijdig en steeds meer interoperabel zijn. Het tweede hoofdperspectief dat in het kader is geïntegreerd, is de theorie van dynamische capaciteiten, die verklaart waarom sommige bedrijven die onder vrijwel dezelfde omstandigheden opereren toch hun concurrenten voorblijven. Het verschil ligt in het vermogen van een bedrijf om nieuwe kansen te signaleren, ze te grijpen en zijn middelen te herconfigureren naarmate de omstandigheden veranderen.
Met betrekking tot AI betekent dit dat het nuttige informatie kan genereren, maar informatie alleen creëert geen concurrentievoordeel. Het is aan de ondernemer om te herkennen wat belangrijk is, te bepalen welke actie te ondernemen, en het bedrijf dienovereenkomstig aan te passen.
Daarom beschouwt de studie AI‑capaciteit en ondernemerscapaciteit niet als uitwisselbaar, maar als complementair.
In deze relatie versterkt AI het signaleren van kansen, de besluitvorming en de aanpassing, terwijl de capaciteiten van de ondernemer bepalen of die technologische mogelijkheden worden omgezet in bedrijfsresultaten.
Met een beroep op de bricolage‑ en dynamische‑capaciteitentheorieën introduceren de auteurs negen nieuwe proposities over de relaties tussen AI, digitale bricolage, dynamische capaciteiten, concurrentievermogen en bedrijfsgroei. Deze proposities worden geïllustreerd met drie echte micro‑ondernemingen uit Lagos, Nigeria.
De drie gevallen zijn afkomstig uit een bredere groep van 17 kleine bedrijven die variëren van gezondheidszorg, onderwijs, bouw, logistiek, landbouw, techniek, mode tot consultancy.
Healthcare Multimedia Services, Market Research Services en Fashion Tech Innovations zijn drie bedrijven die voor een gedetailleerde illustratie zijn geselecteerd. Deze bedrijven tonen het meest uitgebreide gebruik van digitale technologieën, waarbij ze smartphones, cloudplatformen, goedkope software, analytics, augmented reality (AR) en andere toegankelijke technologieën combineren in plaats van te vertrouwen op dure, op maat gemaakte AI‑infrastructuur.
De bevindingen beschrijven een tweezijdige dynamiek. Aan de kant van empowerment stellen tastbare AI‑bronnen zoals mobiel‑geldplatformen en AI‑gedreven analytics informele ondernemers in staat kredietwaardigheid te beoordelen via alternatieve data, vraag te voorspellen en klanten te bereiken ver buiten hun fysieke buurt. Deze vorm van markttoegang vereiste vroeger formele bankrelaties en kapitaal dat deze ondernemers niet hebben.
De Lagos‑gevallen tonen dit in de praktijk. Een op gezondheidszorg gericht bedrijf combineert basis‑AR‑ en VR‑apps met bestaande hardware om remote training en consultaties te leveren. Een marktonderzoeksoperatie combineert gratis analytics‑tools om mogelijkheden te imiteren die anders propriëtaire enterprise‑software zouden vereisen. Een fashion‑tech‑onderneming hergebruikt AR voor virtuele paskamers terwijl het personeel, door middel van hands‑on trial‑and‑error, traint om voorspellende algoritmen te beheren die ze nooit formeel hebben geleerd.
Aan de kant van disempowerment constateert het artikel dat afhankelijkheid van mismatched, goedkope tools leidt tot gefragmenteerde capaciteiten die niet samenwerken, dat er datasilo’s ontstaan en dat de schaalbaarheid van een bedrijf beperkt wordt.
Zo werkt de virtuele paskamer van de fashion‑onderneming goed voor klantbetrokkenheid, maar heeft moeite om nauwkeurige data terug te voeren naar voorraadbeheer, omdat de tools nooit zijn ontworpen om interoperabel te zijn.
De studie heeft ook een structureel risico aangemerkt: grotere, beter gefinancierde bedrijven hebben de neiging meer waarde uit AI te halen dan kleine bedrijven. Dit betekent dat de technologie, in plaats van de bestaande marktdominantie te verstoren, deze kan versterken. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat ondernemers in rurale of minder onderlegde segmenten nog verder achterblijven bij hun stedelijke, beter verbonden tegenhangers.
Het kernargument van de studie is dat AI zowel als egalisator als als stratifier functioneert. De doorslaggevende factor is niet de technologie, maar of een ondernemer de digitale geletterdheid, toegang tot infrastructuur en adaptieve know‑how heeft om een gratis tool om te zetten in een duurzame capaciteit.
De implicaties van de studie zijn genuanceerder dan de eenvoudige bewering dat AI kleine bedrijven helpt. Volgens de studie kan goedkope AI de prognoses, klantbetrokkenheid, markttoegang en operationele besluitvorming aanzienlijk verbeteren.
Maar het creëert ook beperkingen, wat betekent dat de grootste investeringskans mogelijk toebehoort aan die providers die die capaciteiten kunnen verpakken in eenvoudige, geïntegreerde tools die ondernemers al gebruiken.
“Voor informele micro‑ondernemers, die vaak geconfronteerd worden met asymmetrische middelen en opereren met beperkte institutionele ondersteuning, brengt de vooruitzichten van AI een mix van hoop en complexiteit: hoop om historische groeibarrières en digitale toegang te overwinnen, en complexiteit door verergerde uitdagingen zoals dubbele precaire situaties, herintermediatie via algoritmische controle en toenemende resource‑ongelijkheid,” stelde de studie.
Voor beleidsmakers betekent dit gerichte interventies zoals gesubsidieerde digitale‑geletterdheidstraining, belastingvoordelen voor technologische adoptie en partnerschappen tussen micro‑ondernemingen en universiteiten of tech‑hubs.
Deze interventies moeten ondernemers helpen om van gefragmenteerde, geïmproviseerde bricolage over te gaan naar meer geïntegreerde, schaalbare AI‑systemen zonder de flexibiliteit te verliezen die informele ondernemingen in eerste instantie veerkrachtig maakten. De in de studie gepresenteerde gevallen zijn illustratief, en de auteurs roepen op tot grotere, longitudinale en vergelijkende onderzoeken over sectoren en geografische gebieden.
Meta Platforms (NASDAQ: META)
Vanuit een investeringsperspectief is Meta (voorheen Facebook) een aantrekkelijke optie. De onderzoekers verwijzen ook herhaaldelijk naar WhatsApp, Facebook, sociale media en digitale marktplaatsen als tools waarmee informele bedrijven klantinformatie verzamelen, communiceren, producten verkopen en digitale capaciteiten opbouwen.
Met een marktkapitalisatie van $1,424 biljoen wordt META‑aandeel momenteel verhandeld tegen $564,29, een daling van 15,3 % YTD. Het heeft een EPS (TTM) van 28,88 en een P/E (TTM) van 19,36. META betaalt een dividendrendement van 0,38 %.
META Prijsgrafiek
Aangedreven door AI en immersieve technologieën bouwt Meta menselijke verbindingen. Via haar producten maakt het bedrijf het mogelijk voor mensen om contact te leggen en te delen met vrienden en familie.
Meta opereert voornamelijk via twee segmenten: Family of Apps (FoA), dat WhatsApp, Instagram, Threads, Messenger en Facebook omvat, en Reality Labs (RL), dat de hardware en software voor augmented, virtual en mixed reality omvat.
De recente productstrategie van het bedrijf laat zien dat het werkt aan het maken van AI tot een operationele laag voor bedrijven. In juni introduceerde het Meta Business Agent voor bedrijven van alle groottes, dat al door meer dan een miljoen actieve bedrijven wordt gebruikt.
De AI‑aangedreven agent werd wereldwijd uitgerold via WhatsApp, Instagram en Messenger. Het systeem kan vragen beantwoorden, producten aanbevelen, leads kwalificeren, afspraken boeken en helpen bij verkoop, waarbij het bedrijf van plan is het uit te breiden naar gebieden zoals marktonderzoek en concurrentie‑intelligentie. Voor micro‑bedrijven die zich geen toegewijde klantenservice‑medewerker kunnen veroorloven, kan een AI‑agent mogelijk een deel van die werklast afhandelen.
Aanvankelijk gratis, begon Meta deze maand kosten in rekening te brengen voor de agent op basis van tokens, tegen $2 per miljoen tokens.
Recentelijk, tijdens de aankondiging van de financiële resultaten van het bedrijf, deelde oprichter en CEO Mark Zuckerberg dat “AI onze kernactiviteiten vandaag versnelt, onze volgende generatie producten aandrijft, en de deur opent naar geheel nieuwe ondernemingskansen.”
Voor Q2 2026 rapporteerde het bedrijf een omzet van $60,80 miljard, een stijging van 28 % jaar‑op‑jaar, hoewel de totale kosten en uitgaven sneller groeiden, met 55 % tot $42,03 miljard, inclusief $2,40 miljard aan juridische procedures en $1,18 miljard aan ontslagvergoedingen. De capex voor de periode bedroeg $31,08 miljard.
Het bedrijf meldde ook een gemiddeld aantal dagelijkse actieve personen (DAP) van 3,60 miljard, terwijl de gemiddelde advertentiekost per advertentie met 12 % jaar‑op‑jaar steeg. Tijdens de winstrapportage zei Zuckerberg dat 3,6 miljard mensen dagelijks minstens één van zijn apps gebruiken, met Threads dat 500 miljoen maandelijkse actieve gebruikers bereikt, Instagram dat 2 miljard dagelijkse actieve gebruikers heeft, Facebook meer dan 2 miljard dagelijkse actieve gebruikers, en WhatsApp dat piekt op 30 miljoen berichten per seconde.
Gedurende deze periode bedroeg de operationele cashflow van Meta $31,86 miljard en de vrije cashflow $784 miljoen. Contanten, kasequivalenten en verhandelbare effecten aan het einde van juni bedroegen $90,26 miljard. Ondertussen besteedde het bedrijf $1,35 miljard aan dividenden en dividend‑equivalente betalingen.
Voor Q3 2026 verwacht het bedrijf een omzet van $61‑64 miljard en totale uitgaven van $165‑169 miljard. Tijdens de winstrapportage verklaarde Zuckerberg dat het bedrijf “nu op een punt is waar onze investeringen in AI elk belangrijk onderdeel van onze kernactiviteiten versnellen. Ze verbeteren de ervaring voor mensen die onze apps gebruiken, zorgen voor betere prestaties voor adverteerders en helpen onze teams nieuwe ervaringen te bouwen en sneller te lanceren.”
Meta ontwikkelt ook persoonlijke agents die de basis zullen vormen voor de volgende golf van producten en inkomstenstromen, waarbij Zuckerberg sprak over het bouwen van superintelligentie gericht op “het breed verspreiden en iedereen de mogelijkheid geven het te richten op wat voor hen belangrijk is.”
Conclusie
AI heeft elk domein van ons leven doordrongen, en nu de technologie goedkoper en makkelijker toegankelijk wordt, stelt het bedrijven die het zich voorheen niet konden veroorloven in staat om te profiteren van enterprise‑klasse mogelijkheden. Als gevolg hiervan worden kleine en informele bedrijven een van de grootste en snelst groeiende gebruikersgroepen van deze opkomende kans.
Echter, succes hangt minder af van de beschikbaarheid van AI en meer van de vraag of deze kleine bedrijven digitale bricolage kunnen omzetten in een duurzame, kansen‑signalering‑en‑grijpen‑capaciteit. Over het algemeen zal de toekomst van AI in de informele economie waarschijnlijk evenveel worden bepaald door inclusie en capaciteitsopbouw als door de verfijning van de technologie zelf.
CKlik hier om alles te leren over investeren in kunstmatige intelligentie.
Referenties
1. Kolade, O., Egbetokun, A., Owoseni, A. & Woldesenbet Beta, K. Artificial intelligence in the informal economy: game changer for microentrepreneurs? International Journal of Entrepreneurial Behavior & Research (2026). https://doi.org/10.1108/IJEBR-12-2024-1457












