Market Nieuws
ECB-tracker wijst op stevigere onderliggende loonstijging tot en met september 2027

De update van de loontracker van 4 november 2026 van de Europese Centrale Bank wijst op een iets sterkere structurele loonstijging op basis van onderhandelingen in de komende periode: exclusief eenmalige betalingen bedraagt het gemiddelde volgens de tracker 2,8% over de eerste drie kwartalen van 2027, tegenover 2,6% over heel 2026.
De update omvat collectieve arbeidsovereenkomsten die tot medio oktober 2026 zijn ondertekend en verlengt de vooruitkijkperiode tot en met september 2027. De hoofdindicator, waarin eenmalige betalingen over 12 maanden worden uitgesmeerd, komt uit op 2,7% voor de tweede helft van 2026 en 2,8% voor de eerste helft van 2027, waarna deze in het derde kwartaal van 2027 daalt naar 2,4%.
Het hogere gemiddelde over negen maanden betekent niet dat de loonstijging onafgebroken versnelt. Uit de cijfers van de ECB blijkt dat de maatstaf exclusief eenmalige betalingen daalt van 2,9% in de eerste helft van 2027 naar 2,5% in het derde kwartaal. De maatstaf met niet-uitgesmeerde eenmalige betalingen daalt in dezelfde periode van 2,7% naar 2,4%. Het centrale signaal is dan ook een iets sterkere onderliggende loonstijging aan het begin van 2027, gevolgd door een afzwakking in het meest recente kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben.
Eenmalige betalingen veranderen het beeld
De drie loonmaatstaven beantwoorden verschillende vragen. De hoofdindicator omvat betalingen die collectief zijn overeengekomen, zoals inflatiecompensatie, bonussen en nabetalingen, uitgesmeerd over 12 maanden. De maatstaf exclusief eenmalige betalingen weerspiegelt structurele, oftewel permanente, loonstijgingen die via onderhandelingen zijn overeengekomen. De ECB beschouwt de hoofdindicator als geschikter voor maandelijkse of kwartaalontwikkelingen en de maatstaf zonder uitsmering als nuttiger voor jaarlijkse ontwikkelingen.
Dit onderscheid verklaart ook waarom de hoofdindicator eerder in 2026 lager uitviel. Eenmalige betalingen die aanvankelijk in de tweede helft van 2024 werden uitgekeerd en in 2025 niet werden herhaald, hadden in de eerste helft van 2026 een mechanisch neerwaarts effect. Dat effect is in de tweede helft van 2026 volledig verdwenen.
Latere cijfers zijn gebaseerd op een beperkte dekking
De publicatie van 16 september 2026 was gebaseerd op overeenkomsten die tot en met eind augustus waren ondertekend en liep slechts door tot en met juni 2027. De nieuwe gegevens omvatten dus zowel recentere contracten als een extra kwartaal. Ook stellen ze de hoofdindicator voor de tweede helft van 2026 en de eerste helft van 2027 gemiddeld met ongeveer 0,1 procentpunt naar boven bij.
De dekking neemt verder in de tijd echter sterk af. De dekking onder werknemers bedraagt 46,2% voor 2026, maar daalt naar 31,8% in de eerste helft van 2027 en 23,3% in het derde kwartaal. Ook de dekking per land loopt in dat kwartaal sterk uiteen: Frankrijk komt uit op 1,3%, Duitsland op 25,1% en Finland op 59,1%. De ECB verwacht dat de dekking toeneemt naarmate meer loonovereenkomsten worden ondertekend.
De tracker is gebaseerd op actieve collectieve arbeidsovereenkomsten in negen landen van het eurogebied en komt tot stand dankzij een samenwerking tussen de ECB en de nationale centrale banken van die landen. Eerst worden landindicatoren samengesteld op basis van de dekking onder werknemers; vervolgens worden die samengevoegd met gewichten die in de tijd veranderen en zijn gebaseerd op de totale beloning van werknemers. Het vooruitkijkende onderdeel is geen prognose: het omvat alleen informatie uit actieve overeenkomsten, blijft onderhevig aan herzieningen en volgt de indicator voor loonstijging op basis van onderhandelingen, die uit nationale bronnen wordt samengesteld, niet exact. Het risico op herzieningen is vooral relevant rond de jaarwisseling, wanneer in sommige landen veel overeenkomsten in het eerste kwartaal worden ondertekend of vernieuwd.
Ter bredere context ramen de prognoses van de ECB-medewerkers van september 2026 de jaarlijkse groei van de beloning per werknemer op 3,3% in 2026, 2027 en 2028. Dat is lager dan de 3,8% in 2025, maar blijft boven het langetermijngemiddelde. Deze prognose betreft een bredere beloningsmaatstaf dan de op overeenkomsten gebaseerde tracker.
De volgende publicatie van gegevens staat uitzonderlijk gepland voor 18 december 2026, na de vergadering van de Raad van Bestuur. Naar verwachting wordt de periode dan uitgebreid tot heel 2027, doordat de dekking toeneemt. Die uitbreiding zal uitwijzen of aanvullende overeenkomsten de stevigere onderliggende trend van begin 2027 bevestigen, of de afzwakking in het derde kwartaal versterken, die momenteel is gebaseerd op een beperkte en ongelijk gespreide steekproef van contracten.












