Investeren 101
Studie over 1990–2019 koppelt een groot deel van de Amerikaanse uitstoot aan hoge huishoudinkomens

Een op 17 augustus 2023 gepubliceerde studie in PLOS Climate koppelde Amerikaanse huishoudinkomens aan de uitstoot die bij het genereren van die inkomens ontstaat. Voor 2019 werd ongeveer 40% van de nationale broeikasgasuitstoot toegerekend aan de inkomensstromen van de 10% huishoudens met de hoogste inkomens. Dit is inkomensgerelateerde toerekening, niet uitsluitend hun directe consumptie. Volgens de toelichting van hoofdonderzoeker Jared Starr kwam 15 dagen aan inkomen van een huishouden in de hoogste 0,1% overeen met de inkomensgerelateerde uitstoot van een heel leven bij een huishouden in de laagste 10%. De studie noemde huishoudens met meer dan 3.000 ton CO₂-equivalent per jaar superuitstoters; die vormden slechts een deel van de hoogste 0,1%.
Hoe is dit gebeurd?
Het onderscheid tussen inkomensgroepen is belangrijk: circa 40% van de nationale uitstoot hing samen met de hoogste 10%, maar de 38–43% uitstoot uit beleggingen betrof de eigen inkomensvoetafdruk van de hoogste 1%. Die groepen en percentages mogen niet worden verwisseld.
Veel klimaatbeleid richt zich op consumptie, zoals vervoer en voeding. Deze studie laat zien waarom ook de inkomstenkant en beleggingen aandacht verdienen. Zij bewijst niet dat alle consumentgerichte maatregelen fundamenteel ondeugdelijk zijn; de auteurs stellen uiteindelijk voor meerdere benaderingen te overwegen.
Huishoudens die klimaatkwesties in hun beleggingsbeleid willen meenemen, kunnen daarom naast financieel rendement ook de milieu- en duurzaamheidsactiviteiten van ondernemingen onderzoeken. Dat vraagt om zorgvuldige beoordeling van de bedrijven waarin zij kapitaal steken.
De analyse ging over inkomen, niet rechtstreeks over de totale waarde van huishoudelijk vermogen. Binnen de gerapporteerde groepen hadden witte, niet-Hispanische huishoudens gemiddeld de hoogste inkomensgerelateerde voetafdruk en zwarte huishoudens de laagste. De gemiddelde uitstoot piekte bij huishoudens waarvan het hoofd 45–54 jaar was en daalde daarna. De onderzoekers bespraken deze patronen in samenhang met inkomensongelijkheid en inkomensbronnen; dit toont geen afzonderlijk causaal effect van afkomst aan.
Tot een conclusie komen
De onderzoekers analyseerden 30 jaar, van 1990 tot en met 2019, met samengevoegde inkomens- en demografische gegevens van ruim vijf miljoen Amerikaanse individuele waarnemingen. Het ging niet om dezelfde vijf miljoen personen die allemaal dertig jaar werden gevolgd. Zij koppelden uitstoot aan onder meer deze inkomensbronnen:
- Looninkomen
- Beleggingsinkomen
- Pensioeninkomen
Daarmee wilde het team een aanvullende kijk op de verantwoordelijkheid voor uitstoot bieden en een kennislacune voor de Verenigde Staten verkleinen. Beleggingsinkomsten zijn moeilijker in detail vast te stellen dan lonen. Daarom gebruikten de onderzoekers ruim 2,8 miljard intersectorale transacties uit de Eora MRIO-database om uitstootintensiteiten volgens leveranciers- en producentenbenaderingen te berekenen en aan inkomens- en demografische gegevens te koppelen. Het gaat om uitstootintensiteiten, niet om emissieregisters.
Waarom zo belangrijk?
Door mensen veroorzaakte klimaatverandering brengt grote risico’s mee. De grens van 1,5 °C verwijst naar de mondiale opwarming ten opzichte van het pre-industriële niveau, niet naar een willekeurige temperatuurstijging of een volledig veilige drempel. Het IPCC stelde in 2023 dat iedere extra toename van de opwarming risico’s vergroot en dat verdere uitstoot de opwarming doet toenemen.
Beter begrijpen hoe uitstoot met economische activiteiten en inkomens samenhangt, kan landen helpen hun klimaatbeleid te richten. Daaraan wilde de in 2023 gepubliceerde studie bijdragen.
Vooruitkijken
De auteurs waarschuwden dat belastingen op consumptie lage inkomens relatief zwaar kunnen belasten, terwijl zeer hoge inkomens een groter deel sparen of beleggen. Dat is een argument over de verdeling van lasten, geen bewijs dat elk Noord-Amerikaans beleidsplan rijk en arm identiek behandelt. Het terugsluizen van belastingopbrengsten kan die verdeling ook veranderen.
Het onderzoeksteam stelde voor om naast consumentgerichte maatregelen ook koolstofheffingen op inkomens of aandeelhouders te onderzoeken, gekoppeld aan de uitstootintensiteit van inkomsten of financiële bezittingen. Het doel is sterkere prikkels voor invloedrijke investeerders en financiering van de klimaattransitie. Dit was een beleidsvoorstel, geen ingevoerde belasting of bewezen effectievere oplossing.
Hoofdonderzoeker en docent milieubeheer Jared Starr verklaarde:
“We zouden de Amerikanen die klimaatverandering het sterkst aanjagen en er het meest van profiteren echt kunnen stimuleren om hun industrieën en investeringen koolstofarmer te maken. Het is desinvestering uit eigenbelang, in plaats van altruïsme. Stel je voor hoe snel bedrijfsleiders, bestuursleden en grote aandeelhouders hun industrieën koolstofarmer zouden maken als we dat in hun financieel belang maakten. De belastinginkomsten zouden het land kunnen helpen aanzienlijk te investeren in het terugdringen van uitstoot.”
Tot slot benadrukten de auteurs dat de economie sneller koolstofarm moet worden en dat meer geld nodig is om die overgang en een rechtvaardige aanpassing aan een warmere wereld te financieren. Of hun belastingvoorstel die doelen bereikt, vergt nader onderzoek. Het artikel onderstreepte vooral het belang van effectieve maatregelen en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid.












