Digitale activa
Het Verborgen AI-risico dat ontstaat door de adoptie van CBDC’s

Central bank digital currencies (CBDCs) worden gezien als een sleutelinnovatie in de financiële sector van het digitale tijdperk die betalingen versnelt, transparantie verbetert, financiële inclusie bevordert en de monetaire soevereiniteit versterkt. Deze mogelijkheden verklaren waarom CBDCs steeds meer belangstelling krijgen van centrale banken wereldwijd.
Wat minder wordt besproken, is het minder zichtbare risico van deze digitale versies van officiële valuta. De adoptie van CBDCs verandert de manier waarop bedrijven over hun technologische strategieën nadenken en deze presenteren, en niet altijd ten goede.
Recent onderzoek suggereert dat CBDCs de druk verhogen om digitale transformatie te demonstreren, waardoor sommige bedrijven hun AI‑verhalen intensiveren zonder die beweringen te onderbouwen met technische ontwikkeling. Het is meer marketing dan machine learning.
Deze kloof tussen wat bedrijven zeggen over hun AI‑ambities en wat ze daadwerkelijk bouwen, heeft reële gevolgen voor investeerders, kapitaalmarkten en de geloofwaardigheid van de bredere AI‑investeringscyclus, en is tot nu toe grotendeels onbesproken gebleven.
Voor investeerders gaat de les verder dan CBDCs. In plaats van alleen te vertrouwen op managementcommentaar, moeten ze AI‑blootstelling evalueren via patenten, R&D‑intensiteit, werving, implementaties en omzetgeneratie. Naarmate AI‑claims alomtegenwoordig worden, kan de geloofwaardigheidskloof tussen promotie en uitvoering een materiële waarderings‑ en financieringsrisico worden.
Waarom centrale banken racen naar digitale valuta
De meeste landen hebben hun eigen centrale banken. Deze gecentraliseerde autoriteiten beheren het geld- en kredietaanbod van een natie via monetair beleid. Ze gebruiken instrumenten zoals rentetarieven, reserve‑vereisten en open‑marktoperaties om inflatie te beheersen, de waarde van geld te stabiliseren en economische groei te sturen. Hoewel ze bedoeld zijn onafhankelijk te opereren, functioneren ze in de praktijk niet echt1 als zodanig.
Niet alleen hun onafhankelijkheid staat ter discussie, ook deze publieke financiële instellingen ondervinden grenzen aan monetaire verkrapping en zorgen over het behoud van monetaire soevereiniteit in de digitale economie.
In het afgelopen decennium zijn financiële systemen snel gedigitaliseerd en zijn particuliere betaalplatformen gegroeid. Vandaag evolueren betaalsystemen, financiële producten en vormen van geld sneller dan de regelgevende en beleidskaders, terwijl stablecoins en getokeniseerde activa naast traditionele structuren bestaan, wat de impact van beleidsbeslissingen van centrale banken verder ondermijnt.
CBDCs zijn ontstaan als reactie op al deze kwesties. Hoewel het idee van een centrale bank die haar eigen digitale munt uitgeeft niet nieuw is, kreeg het aanzienlijke tractie na de opkomst van Bitcoin (BTC ), gelanceerd in de nasleep van de financiële crisis van 2008 die het publieke vertrouwen in financiële instellingen aantastte.
De opkomst van cryptovaluta trok de aandacht van monetaire autoriteiten en dwong hen na te denken over hoe een door de staat ondersteunde digitale munt eruitziet. In de afgelopen jaren hebben centrale banken hun onderzoek, experimenten en pilotprogramma’s versneld om de betaalinfrastructuur te moderniseren terwijl ze volledige controle behouden.

Data tonen een aanzienlijke belangstelling voor CBDCs, met 146 landen en valutaverenigingen die op de een of andere manier betrokken zijn. Van deze groep onderzoeken 40 momenteel de mogelijkheid om digitale versies van hun nationale valuta te creëren. Nog meer landen (41) hebben al pilots gelanceerd, terwijl veel (33) zich in de ontwikkelingsfase bevinden. Ongeveer vijftien van die projecten zijn echter inactief en negen zijn geannuleerd.
Opmerkelijk is dat slechts een handvol economieën, zoals Nigeria, een volledig gelanceerde retail‑CBDC hebben gerealiseerd, maar hun ervaring kenmerkt zich door bescheiden adoptie.
De Central Bank of Nigeria (CBN) heeft recent haar plannen gedeeld om eNaira te gebruiken voor overheidsbetalingen zoals pensioenen, salarissen van ambtenaren en sociale‑welzijnsuitkeringen om de adoptie van eNaira, gelanceerd in 2021, te stimuleren, volgens het bankdocument ‘Nigerian Payments System Vision 2028‘.
Lidstaten van de BRICS‑groep, waaronder Brazilië, Rusland, India, China en Zuid‑Afrika, evenals Nigeria, bespreken ook het koppelen van hun snelle betaalsystemen aan CBDCs, Reuters meldde.
“Cross‑border payments is an area of interest for all of us, including the BRICS, because we feel there is a lot of scope for reducing cost. Various options are on the table, but it is still at the discussion stage, including CBDCs and linkages of fast payment systems.”
– Reserve Bank of India (RBI) Governor Sanjay Malhotra vorige week tijdens een evenement
Naast de internationalisering van de lokale valuta zei de gouverneur ook dat de RBI AI niet ziet als een risico dat moet worden ingeperkt, maar als een capaciteit die benut moet worden.
“Indiase banken kunnen zich niet permitteren om aan de zijlijn te blijven staan en toe te kijken,” aldus Malhotra. Zijn oproep aan kredietverstrekkers om door de raad goedgekeurde AI‑governance‑beleid vast te stellen komt op een moment dat centrale banken wereldwijd het gebruik van AI door kredietverstrekkers onder de loep nemen temidden van zorgen over operationele risico’s, governance‑risico’s en cyberaanvallen.
“Innovatie en veiligheid zijn geen tegengestelde doelen, ze zijn juist complementaire vereisten van een duurzaam financieel systeem.”
– Malhotra
Op het gebied van CBDCs is het digitale yuan‑initiatief (e‑CNY) van China een van de meest prominente voorbeelden. De People’s Bank of China begon in 2014 intern onderzoek naar CBDC’s, lanceerde in 2019 een pilotprogramma en breidde dit tegen eind 2022 uit naar de belangrijkste economische regio’s.
e‑CNY valt vooral op door de adoptie. De CBDC heeft al meer dan 3,4 billion retail‑transacties verwerkt ter waarde van ongeveer 16,7 trillion renminbi (ongeveer $2,3 trillion) vanaf december 2025.
Eerder dit jaar heeft de PBOC het digitale yuan geclassificeerd als een depositoverplichting, waarmee het evolueert van een eenvoudige contantvervanger naar een dieper geïntegreerd onderdeel van China’s financiële infrastructuur. De aantrekkingskracht van CBDC’s ligt in hun vermogen om snellere en goedkopere afwikkeling te bieden dan traditionele methoden zoals bankoverschrijvingen.
Naast het faciliteren van onmiddellijke afwikkeling verminderen digitale valuta’s ook transactiewrijving, verlagen ze betaalkosten, verbeteren ze de efficiëntie van het financiële systeem en de transmissie van monetair beleid, en verhogen ze de transparantie via beter traceerbare transacties.
Verbeterde traceerbaarheid is met name belangrijk voor toezichthouders, omdat dit is wat CBDC’s zo anders maakt dan contant geld of zelfs gewone bankstortingen. In tegenstelling tot contant geld kunnen CBDC’s transactieregisters creëren binnen een centraal beheerd betaalsysteem, waardoor monetaire en regelgevende autoriteiten meer zicht krijgen op geldstromen.
Deze combinatie van kenmerken schept een informatiesfeer voor bedrijfsgedrag die voorheen niet bestond, en het lijkt stilletjes de manier te hervormen waarop bedrijven communiceren over hun technologische strategieën.
Als bedrijven tegelijk zichtbaarder worden voor toezichthouders, investeerders en het publiek, vergroot dit de prikkel om gezien te worden als het “juiste” bedrijf, zelfs wanneer de inhoud simpelweg ontbreekt. Deze micro‑niveau consequenties voor bedrijven hebben weinig aandacht gekregen van onderzoekers, die zich grotendeels hebben gericht op macro‑economische uitkomsten zoals monetaire transmissie, financiële stabiliteit en hervorming van betaalsystemen.
Opkomend bewijs suggereert dat CBDC’s meer doen dan betaalsystemen transformeren; ze veranderen ook de institutionele omgeving waarin bedrijven opereren. Verhoogde zichtbaarheid van financiële activiteiten, sterkere verwachtingen rond digitale transformatie en grotere regelgevende controle kunnen invloed hebben op hoe bedrijven hun innovatie‑strategieën communiceren en middelen toewijzen. Dit creëert een nieuw type risico rond de authenticiteit van bedrijfs‑AI‑investeringen.
Dit over het hoofd geziene risico vormt de basis van een recente studie die de relatie onderzoekt tussen CBDC‑adoptie en bedrijfs‑AI‑strategieën, waarbij de uitrol van China’s e‑CNY als een natuurlijk experiment wordt gebruikt.
Hoe CBDC’s mogelijk een AI‑geloofwaardigheidsprobleem voeden
De studie getiteld All sizzle and no steak: The predicament of enterprise AI strategies under central bank digital currency policies2 onderzoekt of CBDC‑adoptie de kloof beïnvloedt tussen wat bedrijven zeggen over AI en hun daadwerkelijke AI‑investeringen. Deze kloof wordt “AI‑strategiedecoupling” genoemd, gedefinieerd als de divergentie tussen de publieke AI‑narratieven van een bedrijf en zijn reële AI‑technologische capaciteiten.
De onderzoekers maten AI‑narratieven via gerelateerde onthullingen in jaarverslagen, terwijl de feitelijke, verifieerbare capaciteit werd benaderd met gerelateerde octrooiaanvragen uit het classificatiesysteem van de China National Intellectual Property Administration.
Met een steekproef van meer dan 30 000 bedrijfs‑jaar‑observaties van 5 015 Chinese A‑share beursgenoteerde bedrijven tussen 2014 en 2024, passen auteurs Jinlei Yu en Rui Chen van de Department of Management, Business School, Nankai University, China, en Haotian Luo van de Department of Economics, City St George’s, University of London, VK, een gestapeld difference‑in‑differences‑ontwerp toe dat profiteert van het feit dat verschillende Chinese steden op verschillende tijdstippen aan de e‑CNY‑pilot deelnamen.
Dit ontwerp stelde de onderzoekers in staat om het effect van e‑CNY‑adoptie te schatten, rekening houdend met bredere veranderingen die Chinese bedrijven beïnvloeden.

Het e‑CNY‑pilotprogramma werd gebruikt als een quasi‑natuurlijk experiment omdat de gefaseerde, meerlagige lancering over steden heen plausibel exogene temporele en geografische variatie biedt voor causale identificatie. De belangrijkste bevinding is dat CBDC‑adoptie AI‑strategiedecoupling significant vergroot.
De uitrol van e‑CNY heeft de AI‑gerelateerde strategische communicatie van bedrijven aanzienlijk verhoogd zonder een statistisch significante stijging in AI‑octrooiaanvragen, die de onderzoekers gebruikten als proxy voor technologische capaciteit. In plaats van echte innovatie te versnellen, moedigt de beleidsomgeving alleen symbolische naleving aan.
Bedrijven signaleren afstemming op prioriteiten van digitale transformatie zonder een overeenkomstige toename in waarneembare AI‑octrooiactiviteit te produceren.
In deze studie “herdefiniëren we AI‑strategiedecoupling als een institutioneel voorwaardelijke respons op specifieke domeinkarakteristieken in plaats van een product van kortetermijn‑managerialisme, opzettelijk machine‑washing, of governance‑falen,” stellen de auteurs. “Door aan te tonen dat decoupling systematisch ontstaat wanneer hoge signaleringswaarde, grote kostenasymmetrie en lage externe verifieerbaarheid gelijktijdig voorkomen onder institutionele druk, transformeren we het van een ex‑post beschrijvend label naar een ex‑ante voorspellende constructie die toepasbaar is op toekomstige technologische domeinen en infrastructuur‑reformen.”
Nu gebeurt decoupling wanneer bedrijven publieke toezeggingen of formele beleidsregels omarmen die passen binnen institutionele verwachtingen, terwijl interne praktijken daarvan afwijken.
In de context van CBDC’s betekent dit dat bedrijven AI publiekelijk omarmen als reactie op vergrote institutionele zichtbaarheid, maar intern de middelen die nodig zijn om echte AI‑capaciteit op te bouwen, selectief verminderen. “Dit is niet louter manageriële nalatigheid maar een gestructureerde organisatorische respons: bedrijven beheren actief de grens tussen externe narratieven en interne resource‑beslissingen om legitimiteits‑eisen tegen minimale kosten te voldoen,” aldus de studie.
De onderzoekers hebben drie hoofdmechanismen geïdentificeerd die de kloof aandrijven. Het eerste is verbeterde kapitaal‑liquiditeit, die financieringsfricties verlaagt. Dit maakt symbolisch signaleren goedkoper dan kapitaal toewijzen aan langdurige AI‑R&D, waardoor bedrijven het goedkoper vinden om te praten dan te bouwen.
Het tweede mechanisme is grotere transactietraceerbaarheid, die de zichtbaarheid van kapitaalallocatie‑beslissingen van bedrijven voor toezichthouders en investeerders vergroot. Dit stimuleert meer narratieve signalering terwijl het risicovolle investeringsfalen ontmoedigt, omdat dergelijke mislukkingen nu zichtbaarder zijn dan voorheen.
“CBDC is een extern opgelegde institutionele verandering die de betaalomgeving waarin bedrijven opereren restructureert, waardoor financieringscondities, monitoringsintensiteit en afwikkelingssnelheid veranderen,” merkt de studie.
Volgens institutionele theorie produceren dergelijke omgevingsverschuivingen “coercieve, mimetische en normatieve druk die organisaties dwingt zich aan te passen aan de heersende institutionele verwachtingen.”
Dus, wanneer CBDC‑beleid de zichtbaarheid van corporatief financieel gedrag verhoogt en de staat‑commitment aan digitale transformatie signaleert, ervaren bedrijven grotere legitimiteits‑druk om zich te aligneren met technologische beleidsprioriteiten.
Het derde mechanisme is snellere afwikkelingssnelheden, die de tijdshorizon verkorten waarover bedrijven worden beoordeeld. Dit beloont zichtbare, frequente en goedkope signalering boven langzaam rijpende innovatieprojecten.
Samen maken deze drie mechanismen de aantrekkelijkheid van AI‑retoriek groter, terwijl ze kostbare en onzekere investeringen in echte AI‑capaciteit ontmoedigen.
De mediatie‑analyse leverde statistisch significante bewijzen die alle drie de voorgestelde kanalen ondersteunen, en de resultaten bleven robuust onder diverse controles, waaronder parallelle‑trend‑tests, Goodman‑Bacon‑decompositie, placebo‑tests, Heckman‑correctie voor selectiebias, propensity‑score‑matching, en een gestapeld difference‑in‑differences‑ontwerp.
Maar waarom is AI bijzonder kwetsbaar voor dit soort decoupling? Dat komt omdat AI een uitzonderlijk hoge signaleringswaarde biedt, aanzienlijke langetermijninvesteringen vereist om echte capaciteiten zoals originele algoritmen en grootschalige modeltraining op te bouwen, en moeilijk extern te verifiëren blijft.
“Onder informatie‑asymmetrie tussen bedrijven en externe stakeholders hebben bedrijven incentives om de conformiteitsmodus te kiezen die reputatie‑opbrengsten per kosteneenheid maximaliseert,” aldus de auteurs.
Zoals de studie opmerkt, is AI‑capaciteit ondoorzichtig omdat deze is ingebed in immateriële activa zoals algoritmen en datastromen.
Verder “bevindt AI zich op de top van China’s technologisch‑beleids‑hiërarchie en trekt het onevenredige aandacht van investeerders en beleidslegitimiteit, waardoor AI‑gerelateerde claims veel meer beloningen opleveren dan gelijkwaardige claims over cloud‑computing of big data.”
Opmerkelijk is dat het decoupling‑effect niet gelijkmatig verdeeld is. Het concentreert zich onder bedrijven met een hogere bestaande digitale transformatie, opererend in high‑tech sectoren waar AI‑claims het grootste reputatierisico dragen, en gevestigd in regio’s waar lokale overheidsdocumenten digitale transformatie het zwaarst benadrukken. Deze bedrijven hebben ook vaak een lager institutioneel aandeel van investeerders, waardoor minder verfijnde aandeelhouders aanwezig zijn om lege claims te disciplineren.
Dit betekent dat de bedrijven die het meest geneigd zijn om groots te praten over AI zonder de capaciteit om dit te evenaren, precies die zijn die al ingebed zijn in digitale en beleids‑ecosystemen die het uiterlijk van innovatie belonen. Markten negeren dit gedrag niet volledig.
Volgens de bevindingen zien bedrijven met grotere AI‑decoupling lagere waarderingen, zwakkere durfkapitaalinvesteringen, verminderde winstgevendheid en hogere financieringskosten voor schulden.
Dit suggereert dat crediteuren, aandelen‑investeerders en durfkapitalisten ten minste gedeeltelijk kunnen identificeren wanneer AI‑claims niet worden ondersteund door betekenisvolle technologische ontwikkeling en symbolische AI‑signalering dienovereenkomstig kunnen bestraffen. Maar het feit dat decoupling voortduurt ondanks deze straffen, wijst erop dat de kortetermijn‑legitimiteitswinst van AI‑talk nog steeds zwaarder weegt dan de langetermijn‑marktdiscipline, vooralsnog.
De auteurs benadrukken daarom dit als een onbedoelde en tot nu toe ongedocumenteerde consequentie van CBDC‑adoptie: terwijl digitale valuta’s de financiële efficiëntie kunnen verbeteren, kunnen ze de corporate‑innovatie‑disclosures vervormen, ver voorbij het financiële systeem dat ze moesten moderniseren, en daarmee de geloofwaardigheid van AI‑gerelateerde disclosures ondermijnen.
International Business Machines Corporation (NYSE: IBM)
Voor beleggingsdoeleinden is IBM een aantrekkelijke keuze gezien haar betrokkenheid bij beide domeinen: CBDC’s en kunstmatige intelligentie. Het bedrijf levert enterprise‑grade blockchain‑kaders en onderzoekstools om centrale banken te helpen veilige CBDC’s te ontwikkelen, testen en opschalen. Recentelijk heeft IBM gelanceerd Digital Asset Haven, een platform voor financiële instellingen, overheden en bedrijven om hun digitale asset‑activiteiten veilig te beheren en op te schalen. IBM’s gevestigde financiële‑diensten‑ en betaal‑infrastructuur‑business geeft bovendien een geloofwaardige exposure aan de modernisering van gereguleerde financiële systemen.
IBM werd niet onderzocht in de studie, en de opname hier weerspiegelt haar exposure aan de technologieën en governance‑behoeften die door het onderzoek werden benadrukt, en niet een directe verbinding met de bevindingen van de onderzoekers.
Tegelijkertijd is haar enterprise‑ready AI‑ en dataplatform, watsonx, ontworpen om generatieve AI en machine‑learning‑workloads te bouwen, op te schalen en te besturen.
IBM Prijsgrafiek
IBM is een bedrijf met een marktkapitalisatie van $223,4 billion waarvan de aandelen op het moment van schrijven $236 waard zijn, een stijging van 11,34 % in de afgelopen maand maar een daling van 20 % YTD en 2,22 % over het afgelopen jaar. Het heeft een EPS (TTM) van 12,45 en een P/E (TTM) van 19,05. IBM betaalt een dividendrendement van 2,85 %.
Aan de financiële kant rapporteerde IBM een omzet van $17,16 billion en een aangepaste EPS van $2,93 voor Q2 2026. De omzet groeide 1 % YoY. De nettowinst bedroeg $2,17 billion. Per segment steeg de software‑omzet met 5 % tot $7,8 billion. Hybrid cloud (Red Hat), automatisering en data stegen allemaal, terwijl transaction‑processing‑software met 8 % daalde. Consulting‑omzet bleef gelijk op $5,3 billion, de Financing‑segment sprong 12 % naar $0,2 billion, en Infrastructure‑omzet daalde 7 % naar $3,8 billion door slechter‑dan‑verwachte Z‑mainframe‑verkoop, die met 42 % daalde.
“We nemen maatregelen om onze omzetgroei en winstgevendheid te versnellen, productiviteit in het hele bedrijf te stimuleren met AI en automatisering, en zwaar te investeren in het commercialiseren van innovatie op snelheid en schaal.”
– CEO Arvind Krishna
IBM’s vrije kasstroom in Q2 bedroeg $2,5 billion, een daling van $0,3 billion YoY, en het bedrijf eindigde het kwartaal met $8,2 billion in cash, restricted cash en verhandelbare effecten, een daling van $6,3 billion ten opzichte van eind 2025.
In die periode keerde het bedrijf $1,6 billion terug aan aandeelhouders in dividenduitkeringen. Voor het volledige jaar verwacht het bedrijf een constante‑valuta‑omzetgroei van 4‑5 % en een stijging van de vrije kasstroom van ongeveer $1 billion.
Vooruitkijkend zal IBM zich richten op haar high‑growth portfolio, inclusief software die klanten helpt AI‑klaar oplossingen te beheren, implementeren en bouwen, waar “klantvraag het sterkst is.” Quantum is een ander focusgebied, met plannen om meer dan $10 billion te investeren. IBM zei ook dat het op schema ligt om de eerste grootschalige fouttolerante quantum‑computer tegen 2029 te leveren.
“Hoewel we tegen het einde van het tweede kwartaal te maken kregen met omzet‑headwinds, bleven we ons richten op de fundamentals van ons bedrijf, inclusief het stimuleren van productiviteit, het versterken van ons portfolio en het genereren van vrije kasstroom.”
– CFO James Kavanaugh
Conclusie
CBDC’s winnen aan tractie bij overheden om goede redenen; ze moderniseren betaalsystemen, verbeteren de efficiëntie en versterken de financiële infrastructuur.
Maar het zijn niet alleen voordelen; CBDC‑adoptie brengt ook risico’s met zich mee. Bewijs suggereert dat hun impact verder reikt dan financiën en het gedrag van bedrijfsinnovatie beïnvloedt, waarbij de nieuwste studie aantoonde dat CBDC‑adoptie onbedoeld bedrijven aanzet tot meer AI‑narratieven zonder een overeenkomstige stijging in waarneembare AI‑octrooiactiviteit.
Dit schept een behoefte voor beleidsmakers, technologie‑leveranciers en investeerders om alert te blijven op de kwaliteit van bedrijfs‑AI‑disclosures. Zij moeten ervoor zorgen dat AI‑narratieven overeenkomen met daadwerkelijke technologische vooruitgang om de voordelen van zowel CBDC als AI volledig te realiseren.
Referenties
1. Eijffinger, S. & de Haan, J. Onafhankelijkheid en verantwoording van centrale banken. Journal of International Money and Finance, 166, 103595 (2026). https://doi.org/10.1016/j.jimonfin.2026.103595
2. Yu, J., Chen, R. & Luo, H. Alle blaar en geen steak: Het dilemma van bedrijfs‑AI‑strategieën onder beleid voor digitale valuta van centrale banken. International Review of Economics & Finance, 111, 105689 (2026). https://doi.org/10.1016/j.iref.2026.105689












