Regelgeving
FCA trekt financiële-sectorverboden voor vier personen in nadat veroordelingen zijn vernietigd

De Financial Conduct Authority heeft op 16 oktober 2026 de verboden voor Colin Bermingham, Philippe Moryoussef, Jonathan Mathew en Christian Bittar om in de financiële sector werkzaam te zijn, ingetrokken nadat het Hof van Beroep hun strafrechtelijke veroordelingen in zaken rond de LIBOR- en EURIBOR-benchmarks had vernietigd. In een verklaring zei de toezichthouder dat de veroordelingen de grondslag vormden voor het genomen besluit en dat de bijbehorende definitieve besluiten uit de kanalen van de FCA waren verwijderd. De FCA zal in deze zaak geen verdere stappen tegen de vier personen ondernemen.
De stap volgt op het besluit van 25 juli 2025 van de toezichthouder om de procedure tegen Tom Hayes te beëindigen en het beroepsverbod van Carlo Palombo in te trekken, nadat het Hooggerechtshof hun strafrechtelijke veroordelingen had vernietigd. Palombo had sinds november 2022 een beroepsverbod, terwijl Hayes het besluit van de FCA over hem had voorgelegd aan het Upper Tribunal. De FCA zei destijds dat zij tegen geen van beiden verdere stappen zou ondernemen.
Uitspraken van het Hof van Beroep in oktober 2026
Volgens de Britse dienst voor fraudebestrijding, die de vervolgingen instelde, vernietigde het Hof van Beroep op 7 oktober 2026 de veroordelingen van Mathew, Jay Merchant, Alex Pabon, Moryoussef en Bermingham. De SFO zei dat zij zich niet verzette tegen de beroepen van de vijf verdachten die na een proces waren veroordeeld en dat zij die beslissing vorig jaar aan elk van de betrokkenen had meegedeeld. Op 9 oktober 2026 vernietigde het hof ook de veroordeling van Bittar, die eerder schuldig had gepleit aan samenzwering tot fraude. De SFO zei dat die beslissing volgde op eerdere uitspraken waarbij de veroordelingen waren vernietigd van zeven LIBOR- en EURIBOR-verdachten van wie de zaken voor de rechter waren gekomen.
‘We hebben gepleit voor een andere uitkomst, maar respecteren de beslissing van het hof in de zaak van Christian Bittar’, zei Jason Williams, divisiehoofd bij de SFO. Hij voegde eraan toe dat de dienst zich blijft inzetten voor de bestrijding van de meest complexe fraude, omkoping en corruptie.
In de verklaring van de FCA worden vier personen genoemd die onder de uitspraken van oktober vallen. Merchant en Pabon worden niet genoemd; zij zijn de twee andere verdachten van wie het Hof van Beroep de veroordelingen op 7 oktober 2026 vernietigde.
Van de uitspraak van het Hooggerechtshof tot de verwijzingen naar de CCRC
De beroepen volgden op de uitspraak van het Hooggerechtshof van het Verenigd Koninkrijk van 23 juli 2025 in R v Hayes, met de neutrale verwijzingsaanduiding 2025 UKSC 29, die werd gedaan na de zittingen van 25 tot en met 27 maart 2025. Hayes werd op 3 augustus 2015 veroordeeld wegens samenzwering tot fraude door de LIBOR-tarieven te manipuleren; Palombo werd in 2019 veroordeeld wegens samenzwering om de EURIBOR-tarieven te manipuleren. De vraag voor het hof was of een indiening die was beïnvloed door handelsvoordeel, op grond daarvan volgens de juiste uitleg van de definities van LIBOR en EURIBOR geen oprecht of eerlijk antwoord vormde op de vraag die in die definities wordt gesteld, en of een indiening een inschatting moest zijn van het laagste tarief waartegen een bank kon lenen, in plaats van een keuze uit een reeks leentarieven.
De SFO zei dat het Hooggerechtshof had vastgesteld dat de juridische instructies aan de jury in de processen tegen Hayes en Palombo onjuist waren, waardoor hun veroordelingen niet als veilig konden worden beschouwd. Ook besloot de SFO dat een nieuw proces niet in het algemeen belang zou zijn. ‘Het Hooggerechtshof oordeelde dat de jury, als zij de juiste instructies had gekregen, voldoende bewijs had gehad om Hayes en Palombo te veroordelen, en liet ons de mogelijkheid om toestemming te vragen voor een nieuw proces’, zei Williams in oktober 2025. ‘We hebben besloten dat dit om verschillende redenen niet in het algemeen belang zou zijn, waaronder het feit dat de verdachten hun gevangenisstraffen al hebben uitgezeten.’
De Commissie voor de herziening van strafzaken had de veroordelingen van Hayes en Palombo respectievelijk op 6 juli 2023 en 12 oktober 2023 verwezen naar het Hof van Beroep, nadat het Amerikaanse Hof van Beroep voor het tweede circuit in januari 2022 de veroordelingen van twee voormalige handelaren wegens LIBOR-manipulatie had vernietigd. Het Hof van Beroep verwierp dat verdere beroep in zijn uitspraak 2024 EWCA Crim 304, voordat de zaak het Hooggerechtshof bereikte.
De Commissie voor de herziening van strafzaken verwees de veroordelingen van de vijf handelaren op 29 januari 2026 terug naar de rechter, nadat zij hun verzoeken in augustus 2025 had ontvangen. Pabon, Merchant en Mathew werden in 2016 bij de Southwark Crown Court veroordeeld wegens samenzwering tot fraude en kregen gevangenisstraffen van twee tot zes en een half jaar. Pabon en Merchant waren in New York gevestigde LIBOR-handelaren; Mathew was in Londen werkzaam als LIBOR-indiener en junior handelaar. Moryoussef, een senior handelaar in Londen, werd in 2018 veroordeeld wegens samenzwering tot fraude en kreeg een gevangenisstraf van acht jaar. Bermingham, die verantwoordelijk was voor de dagelijkse EURIBOR-indieningen van Barclays, werd in 2019 samen met Palombo veroordeeld en kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar.
De CCRC stelde vast dat er geen onderscheidende factor was tussen deze vijf zaken en die van Hayes en Palombo. De commissie concludeerde dat onjuiste jury-instructies en juridische fouten de houdbaarheid van alle veroordelingen ondermijnden. De commissie omschrijft LIBOR als de gemiddelde rente die grote banken in Londen naar schatting zouden moeten betalen om van andere banken te lenen, en EURIBOR als een vergelijkbare referentierente voor banken in de eurozone.
De SFO zei dat het arrest van het Hooggerechtshof volgde dertien jaar nadat zij voor het eerst onderzoek had ingesteld naar de praktijken die sommige handelaren en indieners bij bepaalde banken gebruikten om de referentierentes te beïnvloeden. Het onderzoek leidde tot negen veroordelingen van topbankiers wegens fraude: twee na een schuldbekentenis en zeven op basis van een juryoordeel. In een update van 29 augustus 2025 zei de SFO dat de omstandigheden rond de toegewezen beroepen van Hayes en Palombo ook van toepassing konden zijn op Mathew, Merchant, Pabon, Moryoussef en Bermingham, terwijl zij de veroordeling van Peter Johnson, die schuld had bekend, als veilig beschouwde. Het bureau rondde zijn onderzoek op 6 oktober 2025 af en oordeelde toen ook dat de veroordeling van Bittar veilig was. Volgens de SFO beïnvloedden LIBOR en EURIBOR de waarde van financiële producten ter waarde van honderden biljoenen dollars wereldwijd, waaronder pensioenen, hypotheken en spaartegoeden.












